Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

706/81). Talisman, als voren, doch bestaande uit een vierkant gevlochten koord van vezeldraden, met eene lus aan het eene einde en een ouden Indischen cent achter een knoop aan het andere einde; op tien plaatsen rijn aan dit koord op bijna gelijke afstanden steenen, vruchtenpitten en twee dierenlanden, door vlechtwerk van dezelfde vezeldraden omsloten, bevestigd. — Deze gordel werd door den schenker aan een gevangen genomen dief of straatroover uit het Polongbangkeng'sche ontnomen en als bewijs der groote waarde, die de eigenaar er aan hechtte, kan dienen, dat hij, hoewel hij bij zijne gevangenneming geen blijken van aandoening gaf, en ook bij het afgeven van zijn dolk met zilveren scheede de grootste onverschilligheid aan den dag legde, hevig ontroerde, toen hem gelast werd, den djimat af te geven. Z.

L. 82 cM.

1560/111*). Als voren (mailt), doch bestaande uit een cylindervormigen koker van roodkoper, met bladgoud, met gedreven bloemen, bekleed; bevattende opgerolde stukjes papier (met tooverspreuken?). — Wordt aan de tasch (pawo-pawo) gedragen. Gowa.

L. 9,5, dm. 2,5 cM.

706/48). Als voren, doch van hars vervaardigd en beschadigd, in den vorm van eene ster; de voorzijde was verguld, waarvan nog gedeelten gespaard zijn en in het midden daarvan was een steentje of kraaltje bevestigd, dat nu ontbreekt. Aan het boveneinde bevindt zich een metalen oogje. — Deze amulet werd door een moordenaar in den tabakszak (pawo-pawo) gedragen. Z.

I» 6,4, br. 6, dik 9 cM.

844/204). Als voren, doch bestaande uit een rechthoekig boekje in een omslag van dun, grijs papier, die aan de eene zijde van een klep is voorzien, waarin een dun geel katoenen snoertje is bevestigd, dat dwars over het boek heen wordt gewoeld, ten einde het te sluiten. De inhoud bestaat uit Makassaarsche tooverformulieren (?). Boelekomba.

L. 8,6, br. 5,$ cM.

37/353. Schelp (kadjawo*); wordt op den drempel van een huis gelegd, met rijst gevuld en daann eenige brandende kaarsen (kandjoli) gestoken; zoo genoemd, daar men zich verbeeldt, dat ieder, die over zulk een drempel gaat, ook oud (kadjawo) zal worden Z.

L. 23 cM.

37/352 en 802/4. Vogelkop (aloe*), van een jaar- of neushoornvogel, n°. 4 met breeden, rooden kam op den bovensnavel. — Gebruikt om koopers te lokken, daar men meent, dat zij door het hangen van zulk een kop niet verhinderd (Mak. aio) zullen worden, binnen te komen. Z.

L. 24 en 33, br. 5,3 en 6 cM.

6. Door de Bissoes gebruikte voorwerpen.

37/350 en 802/9. Sinto7), bestaande uit vier op elkaar geplaatste, breede reepen lontarblad, wier einden in elkander gevouwen en vervolgens naar boven gebogen zijn. — Wordt door den sanro boven het hoofd van den patiënt in en uit elkaar getrokken. Z.

L. 39 en 34, br. 2 en 2,5 cM.

1) N. St. Crt. van 26 Oct. 1889, n°. 253.

2) Gids Tent. Z.-Celebes, p. 47, n°. 366.

3) N. St. Crt. van 26 Oct. 1889, n°. 253.

4) Serie 844 aankoop Aug. 1891.

5) Matthes, Mak. Wdb. 46, s. v. i° kadj&wo met Atlas, pl. IX, fig. 20.

6) Matthes, Mak. Wdb. 889, s. v. 4' aloe met Atlas, pl. IX, fig. 22.

7) Matthes, Over de Bissoes, p. 7 met pl. 1, fig. 27. — Idem, Mak. Wdb. 753, s. v. 2° sinto met Atlas, pl. IX, fig. 25.

Sluiten