Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

koker is gevuld met allerlei snuisterijen, die onder het dansen geschud worden en daardoor geraasmaken. Z. L. 86, dm. 8,5 cM.

800/8 en 1026/674. Alosoe, als voren, doch het diagonale vlechtwerk van lontarbladSen geheel met vele groote, tandvormige uitsteeksels, volgens den sierslagi gevSen, ingekleurd en paars. De kop van bladreepen g-°h"^ rood katoen overtrokken. Bij 674 is de hals met geel katoen bekleed. De staart als voren, doch van ongekleurde en paarse reepen gevlochten. L.

L. 85 en 69, dm. 13,5 cM.

121/A0 800/10 en 1026/675. Talo tali*), een bamboekoker, gevuld met allerlei snufsfen!tet° oranje9 tfrood (10) of Li (675) ^."^^nS het midden een strook wit katoen met roode randen ; bij n*. 10 yier banden, van éen reep lontarblad samengeknoopt; bij 675 metalen banden m het middei> en aan een der uiteinden, terwijl bij n*. 40 de uiteinden met paars fluweejtekleed zijn; n°. 10 en 675 met een lap rood katoen, die aan de beide uiteinden afhangt. Z.

L. 79, 58 en 72,5, dm. 3,5, 5 en 7,5 «M>

«/37x*. Waaier (simpo*), van lontarblad volgens het drierichtingssysteem gevloJhten, rond, met rand van rood katoen en een, over het blad uitgesneden bamboesteel. — Bij feesten in gebruik. Z.

Dm. blad 28, 1. steel 70, dm. 2 cM.

121/20 Sabel (walida*), van een weefgetouw, van zwart hout, het eene einde schuin afgesneden, het andere afgerond. - Dienende om de booze geesten af te weren. Z.

L. ui, br. 4,6 cM.

1S04/2 Als voren (kalewang*), van hout, flauw gebogen, de rug concaaf, de snede conveT en min of meer beitelvormig. Greep in doorsnede ovaal, naar boven knopvormiï In doorboord. Op de beide6 zijden van het lemmet met zwarte verf poortvo m ie figuren, op den rug eenige Makassaarsche karakters. - In 1902 gebezigd, om tijdens3 eenê diolera-ep&emie ziekmakende geesten te verdrijven. Tamanroya, onderafd. Binamoe.

L. 82, br. 2,5—4,5 cM.

121/22 Als voren»), doch van palmhout, de rug van het lemmet in een convexen boog naar de punt loopend, de greep naar de snedezijde toegebogen en van boven verdikt — Om booze geesten te bannen. Z.

L. 50, br. lemmet 4,5 cM.

27/,6? Mes (tjoerigai), Van lichtbruin hout, het vooreinde van het lemmet schuin afgesneden, de greep met het lemmet één vlak vormend, zonder verdikking. In het heft en nabij het vooreinde hangen in een gaatje verscheidene ijzeren kettinkjes. Z.

L. 24, br. 2—5 cM.

il Jasper, Vlechtwerk, p. 60, fig. 55.

2) Matthes, Boeg. Wdb. 369, s. v. tSllotili met pl. IXa, fig. j. — Idem, Over de Bissoes, p. 9 37tmatthes,VaA. Wdb. 732, s. v. simpt met Atlas, pL IX, fig. 9- — "em, Over de Bissoes,

P'47) MattheÏ *Ovet de Bissoes, p. 9 met pl. H, fig. d. - Idem, Boeg. Wdb. 653, s. v. waüda.

5) Matthes, Boeg. Wdb. 45, s. v. kaliwang.

6) Matthes, Over de Bissoes, p. 9 met pl. H, fig. e.

7) Matthes, Boeg. Wdb. 442, s. v. tjoeriga met Atlas, pl. IX, fig. 6. - Idem, Over de Bissoes, p. 6 met pl. I, fig. 6.

Sluiten