Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

131/32. Schild1), van lichtbruin hout, rechthoekig, smal, met handvat, bestaande uit twee afgeknotte pyramiden, door een horizontalen cylinder onderling verbonden. — Om booze geesten te bannen. Z.

L. 77, br. 6,5 cM.

37/364. Soedjikama*), twee stokjes (nabootsing van ijzer), aan een einde aangepunt, aan het andere verdikt, met twee gaten, waarin een ijzeren kettinkje. De stokjes door een rood, gevlochten koord verbonden. Z.

L. 32,5, dm. 0,6—2,5 cM.

37/361. Ana batjing3), nabootsing in hout van twee ijzeren staafjes, aan de einden met platte, rechthoekige verbreeding. De staafjes door een gevlochten, rood koord verbonden. Z.

L. 31,5, br. 1,5—4 cM.

37/360. Ana batjing lae-lae*), twee ijzeren staafjes, in hout nagebootst, rechthoekig, met eenige gaatjes, aan weerseinden eene rechthoekige verdikking. De staafjes door een gevlochten, lichtrood koord verbonden. Z.

L. 32,5, dm. 1—2,5 cM.

37/362. Lagoeni*), rechthoekig houten plankje, aan een hoek uitgesneden tot vorming van een handvat; door een gevlochten, lichtrood koord verbonden aan een afgeknotten, houten kegel (patctte lagoeni), waarmede op het plankje geslagen wordt. Z.

L. plankje 19, br. 7, L kegel 15, dm. 1,3—3 cM.

37/363. Kantjing8), twee geelkoperen bekkens, in het midden doorboord en door een gedraaid snoer verbonden. Hierbij een bamboe, waaraan twee lange tongen zijn gesneden, omgeven door een ring van diagonaal gevlochten rotan. Z.

Dm. bekkens 9, 1. bamboe 61, dm. 4,5 cM.

131/31. Staf (Jatjodai), van palmhout, achthoekig, naar boy en dikker wordend en knopvormig uitloopend. Op eenigen afstand van het boveneinde een band ingesneden driehoeken en reliëf. — Door den poewa matowa gebruikt, om booze geesten te bannen. Z.

L. 95, dm. 3,6 cM.

37/354. Fakkel (soelo langiB), stuk bamboe, aan het boveneinde gespleten en met fijn gekorven gras gevuld.'— Wordt bij feestelijkheden vooruitgedragen. Z. L. 40, dm. 3,5 cM.

37/356 en 131/63. Vorstelijke fakkels (dama datoe*), van een (356) of zeven (63) staafjes damar-hars, omgeven door /«««'««-bladeren; nabij het boveneinde (356) of bijna over de geheele oppervlakte (63) omwonden met reepen lontarblad van

1) Matthes, Over de Bissoes, p. 9 met pl. II, fig. e, onderste figuur.

2) Matthes, Boeg. Wdb. 719, s. v. soedjikamma met Atlas, pl. IX, fig. 5. — Idem, Over de Bissoes, p. 5 met pl. I, fig. 5-

3) Matthes, Mak. Wdb. 243, s. v. b&ijing met Atlas, pl. IX, fig. i. — Idem, Over de Bissoes, p. 5 met pl. I, fig. i. — Wiggers, Schets van het regentschap Kadjang (T. I. T. L. Vk. XXXVI), 261.

4) Matthes, Mak. Wdb. 243, s. v. b&ijing met Alias, pl. IX, fig. 2. — Idem, Over de Bissoes, p. 5 met pl. I, fig. 2.

5) Matthes, Mak. Wdb. 624, s. v. lagoeni met Atlas, pl. IX, fig. 3. — Idem, Over de Bissoes, p. 5 met pl. I, fig. 3.

6) Matthes, Mak. Wdb. 43, s. v. 2° k&nftjing met Atlas, pl. IX, fig. 4. — Idem, Over de Bissoes, p. 5 met pl. I, fig. 4.

7) Matthes, Over de Bissoes, p. 8 met pl. II, fig. a.

8) Matthes, Mak. Wdb. 787, s. i° soelo met Atlas, pl. IX, fig. 7. — Idem, Over de Bissoes, p. 6 met pl. I, fig. 7*

9) Matthes, Boeg. Wdb. 390, s. v. d&md met Atlas, pl. IX, fig. 8. — Idem, Over de Bissoes, p. 7 met pl. I, fig. 8.

Sluiten