Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1710/261). Mannenkleed») (djahd), als voren, doch van zwart katoen met groepen van smalle en breede, blauwe strepen in de lengte en onduidelijke smalle blauwe in de breedte. — De verfstof heet üUa. Verkregen te Mausamba, IV. kust stores, van een Boetonneesch vaartuig. Boeton.

L. 400, br. 61 cM.

829/1»). Sarong, met evenwijdige, overlangsche strepen, kersrood met een zwarte lijn in het midden en een witte lijn aan weerszijden, of donkerblauw, aan weerskanten begrensd door een witte lijn en met twee zwarte lijnen in het midden alles op donkerpaarsen grond. Langs den eenen rand een breede, grijze zelfkant De" buitenzijde geglansd. Boeton.

L. 371, br. 69 cM.

829/2. Als voren, doch de geheele oppervlakte verdeeld in groepen van smalle strepen, bestaande uit een roode lijn in het midden en een blauwe, gevolgd door een witte aan weerszijden daarvan, alsmede groepen van breede strepen, bestaande uit atwisselend donkerblauwe, roode en twee roode, met wit gemarmerde streepjes. Boeton

L. 380, br. 66 cM.

829/3. Als voren, doch met zeer smallen zelfkant langs de beide randen en verdeeld m groepen van breede strepen met een roode middenstreep, aan weerskanten gevolgd door een blauwe, vervolgens door een roode, wit gemarmerde en eindelijk door een breede zwarte streep; de smallere strepen met blauwe middenstreep, aan weerskanten door een roode streep en vervolgens door een witte liin eevolgd. Boeton. 1 6

L. 400, br. 64 cM.

829/4. Als voren, doch met breeden zelfkant langs den eenen rand, met groepen van overlangsche strepen, bestaande uit een roode lijn in het midden, aan weerskanten gevolgd door een witte en vervolgens door een roode streep en eindelijk

■L een,.zwarte U#ï de sma»e groepen met een roode, smalle streep in het midden, die aan weerskanten gevolgd wordt door een blauwe en vervoleens door een witte lijn. Boeton.

L. 380, br. 66 cM.

829/5. Als voren, doch het patroon bestaat uit groepen overlangsche strepen, smallere met een roode lijn in het midden, die aan weerskanten wordt gevolgd door een blauwe en een witte lijn, en breedere, met een roode streep in het midden, waann twee witte lijnen op eenigen afstand van elkander en die gevolgd wordt aan weerskanten door een smalle, zwarte streep. Boeton

L. 376, br. 64 cM.

.I456/97- Bilschorf), van hertevel, ovaal, bovenaan puntig; nabij het boveneinde twee gaten en door elk hiervan een touwtje gestoken, dat met een knoop sluit tegen een rechthoekig, beenen plaatje met getande randen en stippen op de achterzijde Aan een touwtje een lus, aan het andere een haantjesduit bij wijze van knoop. — Voor jongens der Tokea. Poendidaha. Z. O.

H. 38, br. 27 cM.

1456/100. K i n d e r h e u p g o r d e 1«), spiraal van gespleten, rood geverfden rotan aan het einde met knoopen. Lamboega. Z. O. L. 210, br. 0,5 cM.

1904/306»). Banden, 4 exemplaren, van eigen geweven katoen in verschillende kleuren: een oranje, geel, zwart en blauw, de tweede rood en wit, de derde en

1) Serie 1710 don. Dr. G. A. J. van der Sande, Juli 1909.

2) RotTFFAER, Cat. O. I. weefsels, p. 47, n°. 330.

3) Serie 829 don. N. Ind. Reg. 5 Mei 1891.

4) Vgl. Meyer und Richter, Celebes, I, p. 91, n». 560 met pl. XX, 6g. 8

5) Vgl. Meyer und Richter, Celebes, I, p. 63, n°. 327.

6) Not. Bat. Gen. LI (1913), p. LXXIII, n°. 16494.

Sluiten