Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1106/14Deurgordijn (tabil tatapori), van katoen, rechthoekig; oranje met witten bovenrand; op de voorzijde opgenaaide stukken rood, geel, groen en gebloemd katoen in een patroon van spitse krullen, aan wier punten kwastjes van wit of blauw katoen aan snoertjes groene en roode kralen. Banggaai. O.

L. 141, br. 41 cM.

1106/17. Knijper, van hout, in den vorm van een baardtang, opgehangen aan een ketting van twee schalmen en een geornamenteerd stokje, alles uit één stuk hout gesneden. — Het stokje wordt tusschen den wand gestoken en het naaiwerk met den knijper vastgehouden. Bangaai. O.

L. 26 cM.

1818/6. Zak, dubbele laag diagonaal vlechtwerk, de binnenste van ongekleurde pandan-veeuea, de buitenste van fijnere, gele orchideeenstengels. De bodem rechthoekig; eerst breeder en dan smaller uitloopend naar de ovale bo venopening, die evenals de bodem met rood katoen bekleed is. In de buitenlaag twee rondgaande banden overgevlochten in rood, wit en zwart met ruit- en hoekvormige figuren. In het inwendige een ongekleurd, gelijkvormig zakje van breedere vezels. Kandari. Z. O.

H. 18,5, br. 14—24 cM.

GROEP IV.

Jacht en viscbvangst3).

1456/83. Jachtlans8), de punt van ruw smeedwerk, het vooreinde driehoekig met unilateralen, flauw gebogen weerhaak; lange, ruwe, cylindervormige steel, naar onderen dikker wordend. Schacht van een onregelmatigen, naar onderen dunner wordenden tak. Punt en schacht verbonden door kruiselings omgeslagen reepen leder en rotan, bovenaan een vischgraatvormig gevlochten rotanring. Tobela's, Sarawako, Matana-vaesx. X. O.

L. punt 37,5, br. 3, 1. schacht 160, d. 1,9 cM.

GROEP V.

Land-, tuin- en boschbouw; veeteelt4).

1456/95. Mand8), van rotanreepen om hoepels gevlochten, de rand stijf, het platte deel a jour lusvormig; in het midden een rond gat. Plat, rond,- met schuin opstaanden rand. — Voor mals e. d. g. Tololaki, Laloemera. Z. O.

Dm. 36,5, h. 3 cM.

1904^312 8). Zak, van diagonaal gevlochten palmbladreepen, rechthoekig, de zijden eenigszins convex. Boeton. H. 46, br. 31—39 cM.

1) Serie 1106 don. Dr. D. W. Hokst, Oct 1896.

2) Literatuur: Grubauer, 58, 67, 85, 146, 164. — Elbert, 240.

3) Meyer und Richter, Celebis, I, p. 96, n°. 536 met pl. XXII, fig. 5.

4) Elbert, 224, 240. — Vosmaer, Verh. Bat. Gen. XVII, 84—86. — Kruyt, T. I. T. L. Vk. LXI, 438—440.

5) Vgl. Meyer und Richter, Celebes, I, p. 117, n°. 520 met pl. XXV, fig. 6,

6) Not. Bat. Gen. LI (1913), p. LXXIV, n°. 16508.

Sluiten