Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GROEP VIII.

Verkrijging van grondstoffen en hunne bewerking. — Inheemsche nijverheid').

i. Grondstoffen.

1009/47»). Bundeltje anammi*), citroengele bloemstengels eener orchideesoort, alleen gevonden in Mengkoka. Z. O.

2. Boomschorsbewerking.

1106/32. Monsters geklopte boomschors, zes rechthoekige lappen, vuil wit, van verschillende fijnheid. Tomboekoe. O.

1456/8S. Boombastklopper4), bestaande uit een platten, trapeziumvormigen steen met afgeronde hoeken, aan eene zijde met groeven over de lengte, aan de andere met schuine groeven. Gevat in eene lus van rotan, onder den steen door rotanreepen verbonden en later de beide einden door eene omwikkeling tot een handvat vereenigd. Poendidaha. Z. O.

L. 29, 1. steen 9, br. 5, d. 2 cM.

3. Pottenbakkerij.

1456/105. Pottenbakkersgereedschap'), klopper van geelbruin hout; vooreinde rechthoekig met afgeronde hoeken, eene zijde plat met gekruiste groeven, de andere convex, met een paar dwarsgroeven; steel halfrond, naar het einde dikker en met rondgaande groeven. Aan den klopper hangt met een reep boombast een gele klopsteen, paddestoel vormig. Matana-meer. Z. O.

L. klopper 27, br. 5,5, h. steen 6, dm. 7 cM.

4. Het weven van randsnoeren.

1106/16. Toestel voor het weven van randsnoeren (djaiari), van hoorn, rechthoekig, de bovenrand a jour bewerkt, de onderrand uitgeschulpt; over de hoogte acht gleuven en de reepjes daartusschen in het midden doorboord. Door die gaatjes en de gleuven roodkatoenen draden, in een snoer vereenigd aan den rand van een wit en zwart geruit katoenen doekje. Banggaai. O.

L. 105, br. 6 cM.

GROEP IX.

Wapens en krijgskleeding 6). I. Aanvalswapens. 1. Lansen.

1456/81. Lans7), de punt lancetvormig met concave lange zijden en beitelvormig geslepen randen; middenrug aan weerszijden, schuin afgesneden onderhoeken. Schacht

1) Van der Hart, 72. — Kruyt, T. N. A. G. 2e Ser. XXXVHI, 700—701 en XXXIX, 679, 682—683. 2) Cat. Bat. Tent. p. 188, n°. 2000*.

3) Matthes, Mak. Wdb. 862, s. v. 2° anammi.

4) Vgl. Meyer und Richter, Celebes, I, pl. XVIII, fig. 6. — Kruyt, T. I. T. L. Vk. LXI, 450.

5) Meyer und Richter, Celebes, I, p. 99, n°. 593 met pl. XXIV, fig. 12. — Vgl. Sarasin, Reisen in Celebes, I, 310, fig. 96. — Grubauer, p. 55, fig. 36.

6) Meyer und Richter, Celebes, I, 101—103 met pl. XXII. — Ligtvoet, L c. ii. — Sarasin, Reisen in Celebes, I, 322. — Grubauer, p. 143, fig. 96. — Beccari, Nuova Guinea, Selebes e Molucche, p. 289. — vosmaer, Verh. Bat. Gen. XVII, 67. — Kruyt, T. I. T. L. Vk. LXI, 458.

7) Vgl. Meyer und Richter, Celebes, I, pl. XXII, fig. 4. — Sarasin, Reisen in Celebes, I, 361, fig. 114.

Sluiten