Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van rotan, boveneinde met omwikkeling van rotanreepen, door smalle en breede, vischgraatvormig gevlochten ringen afgewisseld. Tokea's, Lamboega. Z. O. L. punt 26,5, br. 3,5, 1. schacht 173, dm. 2,4 cM.

1456/80 en 1890/1. Werplansen, n°. 1 karada, als voren1), de punt als die van n°. 81, doch de schacht van onder en bij n°. 80 ook van boven dunner, het boveneinde stijf, vischgraatvormig met rotanreepen omwikkeld, daaronder over groote lengte a jour ontvlechting met rondgaande en kruiselingsche reepen. 80: Tokea's, Lamboega, n°. 1: Kandari. Z. O.

L. punt 26,5 en 29, br. 4,5 en 3,5, 1. schacht 147 en 165, dm. 2,2 en 3 cM.

1456/82. Werplans»), de punt als voren, doch overgaande in een korten, cylindervormigen steel en daarna in een kegelvormige bus, die los op de schacht staat. Deze van bruin hout, naar onderen dunner; op y\z der hoogte eene tonvormige, veelylakkige verdikking, door schuin gestreepte randjes begrensd; onderaan een groote ijzeren schoen. Punt en schacht verbonden door een reep 4eder, die om de bus is vastgeknoopt en in spiraalvormige windingen om de schacht is vastgelegd. Tokea's, Lamboega. Z. O.

L. punt 30, br. 4,5, 1. schacht 161, dm. 1,8 cM.

i97i/4i9<x—b•). Werplansen, de punt in het midden zeer breed en ook van boven verbreed. Zonder steel en bus. De schacht van rotan, het ondereinde met een (419^) of vele (419) breede banden zigzagvormig vlechtwerk omwonden, bij 419a bovendien over de geheele lengte op regelmatige onderlinge afstanden met rotanbanden omwonden. Het boveneinde uitloopende in een min (4190) of meer (419) scherpe, ijzeren punt. Boeton.

L. punt 33,5, 33 en 39, br. 6, 5 en 4,5, 1. schacht 182, 141,5 en 149,5, dm. 2, 2 en 2,1 cM.

Ï4S6/79- Lans4), geheel van ijzer, punt ovaal met middenrug aan weerszijden, overgaande in een cylindervormigen steel met rondgaande verdikking in het midden, daar en bovenaan met paren rondgaande groeven; alles uit één stuk ijzer. Tobela, beter Tokinadoe, Sarawako, Matana-meer. Z. O.

L. 138, 1. schacht 93, br. punt 3,4, dm. schacht 1,2 cM.

1106/42. Als voren6), doch de punt tongvormig met schuin afgesneden benedenhoeken en een pyramidevormigen, vierhoekigen voet. Schacht van bruin hout, van boven cylindervormig en van onderen achthoekig, van boven iets breeder uitloopend, onderaan puntig met tonvormige verdikking; het boveneinde bekleed met zilver en koper: onder en boven zilveren banden met gegraveerd bladornament, bovenaan met meloenvormige verdikking en een effen, ronde plaat; in het midden koper met schuine, afwisselend effen en geschubde banden. Tomboekoe. O.

L. punt 33,5, br. 4,5, 1. schacht 187, dm. 2,5 cM.

1106/44. Als voren, doch de punt zeer scherp uitloopend met uitgeschulpte zij- en onderranden, zoodat aan de onderzijde punten zijn gevormd; middenrug aan weerszijden, lange, cylindervormige steel met dwarsgroeven en naar onderen dikker. Schacht van bruin hout, in doorsnede achthoekig, het boveneinde spiraalvormig met plaatijzer omwikkeld; daaronder een uitgesneden menschengelaat, dat aan figuren van Nieuw-Guinea doet denken en aan weerszijden door elkaar gestrengelde golflijnen en reliëf. Tomboekoe. O.

L. punt 32, br. 10,5, L steel 17, 1. schacht 178, dm. 2 cM.

1106/43. Als voren «), doch de punt lancetvormig, met twee driehoekige, doorboorde uitsteeksels nabij het ondereinde; ronde, onderaan breedere voet. Schacht van zwart

1) Sarasin, Reisen in Celebes, I, 361, fig. 114 links.

2) Sarasin, Reisen in Celebes, I, 361, fig. 114 rechts. — Vgl. Meyer und Richter, Celebes, I, pl. XXII, fig. 4. 3) Serie 1971 don. A. J. Gooszen, 1919.

4) Meyer und Richter, Celebes, I, p. 95, n». 534 met pl. XXIL fig. 1. — Sarasin, Reisen in Celebes, I, 312.

5) Vgl. Meyer und Richter, Celebes, I, pl. XXVII, fig. 3.

6) Vgl. Meyer und Richter, Celebes, 1, pl. XXVH, fig. 4.

Sluiten