Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1654/8i). Zwaard, als voren, doch het lemmet golf- en wolkvormig gedamasceerd, de rug in een convexen boog naar de punt loopend. Greep van bruin hout, van onderen ringvormig verdikt, van boven verbreed en geweerkolfvormig uitloopend, met ingesneden, enkele en dubbele spiralen. De scheede geheel met touw omwonden, het mondstuk van zwart hoorn. O. (?).

L. 69, 1. lemmet 52, br. 3,4, dm. greep 9, 1. scheede 54,3, br. 5,2 cM.

6l/33*)- Als voren, doch het lemmet effen, naar onderen breeder wordend, de snede van boven dik, doch verder scherp, de rug van onderen schuin afgesneden. Greep van bruin hout met kruisvormig vooruitstekende, houten handbedekking; aan de rugzijde een trapeziumvormig uitsteeksel. Scheede van bruin hout, op vier plaatsen met een rotanband en van onderen met touw omwonden. Boeton.

L. 82,5, L lemmet 61, br. 2,5—3,5, dm. greep 3,5—5,7, 1. scheede 63,2, br. 5,5 cM.

./97Ï/4I5—4!7 *)• Klewang's, het lemmet zeer breed, de rug met een schuine, bij n°. 416 en 417 eenigszins concave lijn naar de punt loopend, die bij n°. 416 en 417 stomp is. Het lemmet van boven dik en rechthoekig. De greep van grijsbruin (415 en 417) of donkerbruin (416) hout, een stompen hoek met het lemmet vormend, breeder, bij 417 trapeziumvormig uitloopend. Het ondereinde en de rand van het boveneinde (415) of het versmalde, ovale ondereinde (416 en 417) met rotanvlechtwerk omwoeld. Het boveneinde, dat bij n'. 416 vijfhoekig is, met enkele reepen omwonden. Het bovenstuk bij n°. 416 afgebroken. Boeton.

L. lemmet 56, 54,5 en 56,5, br. 2,5—8,5, 2—7,8 en 2—8,3, 1- greep 21, 22,5 en 23, br. 3,6—6,1, 2,8—9 en 3,5—12,2 cM.

i456/94> Als voren*), het lemmet bovenaan smal met kleinen, dakvormigen rug, naar onderen verbreed, de rug van onderen schuin afgesneden, in het midden dikker; de snede convex; op beide zijden van het lemmet in het midden een duidelijke rug. Greep van grijs hoorn, aanvankelijk in doorsnede ovaal, geringd en met vijf in elkaar gedraaide rotanringetjes omwonden, dan verbreed, knievormig gebogen, in doorsnede vijfhoekig; hieraan aansluitend een stuk lichtbruin hout van denzelfden vorm en in een breed vlak eindigend; hiertegen een houten, doorboorde klos, bijna geheel bedekt met menschenharen, aan den klos een draagtouwtje. De snede bedekt met een stuk bamboe, waarin eene gleuf gesneden is, en dat met gedraaide snoeren over den rug van het lemmet is vastgebonden. Tomekonka, Kolaka, Mengkokabaai. Z. O.

L. lemmet 60,5, br. 2—7,5, L greep 23, br. 3—11 cM. Zie pl. IX, fig. 2.

r45°/93- Als voren % het lemmet aan het boveneinde rechthoekig en smal, naar onderen verbreed, de rug van onderen in een schuine lijn naar de punt loopend en in het midden dikker; op het overgangspunt een zeer klein uitsteeksel; snede convex uitgebogen en daarnaast flauwe damasceering. Greep van bruin hout, vorm als voren, doch het ovale ondereinde met dikke en dunne rotanringen bedekt, het knievormig gebogen boveneinde rechthoekig en verbreed, met vijf in eene groeve gelegde rotanringen; stootplaat van hoorn; van de stootplaat naar de binnenzijde van de greep loopt eene handbedekking van hoorn met rechthoekig, dakvormig middenstuk; het lemmet steekt door het ondereinde der handbedekking, het boveneinde is met twee rotanringen aan de greep verbonden. Boven op de greep een houten klos met touwen vastgebonden en geheel bedekt met menschenhuid en -haren. Zonder scheede. Kandari. Z. O.

L. lemmet 52, br. 1,8—8, 1. greep 28, br. 3—10 cM.

1) Serie 1654 aankoop April 1908. — Cat. Roos, p. 108, n°. 1214.

2) Serie 61 don. C. Blüme, Dec.' 1865.

3) Serie 1971 don. A. J. Gooszen, 1919.

4) Sarasin, Reisen in Celebes, I, p. 339, fig. 104.

5) Meyer und Richter, Celebes, I, p. 101, n». 544 met pl. XXIX, fig. 12. — VgL Sarasin, Reisen in Celebes, I, p. 339, fig. 104.

Sluiten