Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met. rijen van vijf driehoeken van paarlemoer met tegen elkaar gekeerde toppen versierd. Aan de beide uiteinden zeven rotanreepen. — In gebruik bij de bewoners van Tomboekoe. O.

L. 116, br. 17, h. 14 cM.

1456/85. Schild, als voren1), doch uit één stuk bruin hout gesneden, rechthoekig met concave lange zijden, in doorsnede als voren; over den middenrug een verhoogd bandje; de randen met rotan omzoomd. Op het midden een verhoogde, afgeplatte kegel; aan weerszijden daarvan vijf in elkaar gedraaide, rondgaande rotanbanden. De binnenzijde als voren, doch de middenrug op tien plaatsen doorboord, om de rotanbanden door te laten. Naast het handvat en aan de einden dwarse verdikkingen, die in de randen uitloopen. Tokea's, Lamboega. Z. O.

L. 115, br. 15—21 cM.

I456/8?- Als voren *), doch aan weerszijden van de kegelvormige, afgeplatte verhooging in het midden op regelmatige afstanden platte of in elkaar gedraaide rotanbanden. De buitenrand omboord met gespleten rotan, door houten pennetjes vastgezet en daarin talrijke bosjes zwart menschenhaar. De verhooging aan de achterzijde halfcirkelvormig, op de plaatsen der rotanbanden omvlochten en doorboord; nabij de einden dwarse, in de zijranden uitloopende verhoogingen van een losse lat met een nok in het midden, door middel van rotanreepen bevestigd. Laloenggatoe. Z. O.

L. 122, br. 13—21 cM.

1456/86. Als voren»], van zwartbruin hout, de verhoogde kegel op het midden overgaande in een cyhnder, op welks bovenvlak een ster ingesneden is. Aan weerszijden hiervan over de geheele lengte dwars doorgestoken rotanvezels op regelmatige afstanden en bovendien aan elke zijde vier rondgaande, in elkaar gewoelde rotanreepen. De randen als voren. De verhooging op het midden der achterzijde rechthoekig. Laloenggatoe. Z. O.

L. 118, br. 15—18 cM.

360/8141. Als voren*), van zwart geverfd, bruin hout, over de lengte gebogen; op het midden eene ronde verhooging met cylindervormigen knop. Aan weerskanten daarvan een breede rotanband en verder op regelmatige afstanden rotanreepen. Aan den binnenkant onder en boven een reep ter versterking. Het midden der binnenzijde en het bovenvlak van de lat over de lengte zwart geverfd. Z. O.

L. 121, br. 18—24 cM.

793/r5 B)- Als voren, doch aan weerszijden van de ronde, knopvormige verhevenheid op het midden eerst een breede band rood gekleurde rotanreepen, daarna een ongekleurde reep, gevolgd door een band gele reepen met ruitvormige tusschenruimten; dicht bij de uiteinden een dergelijke band en daartusschen afwisselend ongekleurde en roode reepen op regelmatige afstanden. Langs de langsranden en over den middenrug een gele reep, kruiselings overvlochten door een roode. In de langsranden steken bosjes zwart menschenhaar. De binnenzijde als voren, gedeeltelijk zwart geverfd. Tomboekoe. O.

L. 100, br. 15—19 cM.

III. Krijgskleeding.

1904/295 «). Koppensnellersattribuut ï), driehoek van elkaar kruisende stukken riet, met roode, zwarte en gele bladreepen omkleed; in den top een omgekeerde kegel van licht hout; aan den bodem een trapeziumvormig stuk gaba-gaba, waarop

1) Vgl. Sarasin, Reisen in Celebes, I, 340, fig. 105.

2) Vgl. Sarasin, Reisen in Celebes, I, 340, fig. 105.

3) Sarasin, Reisen in Celebes, I, 340, fig. 105.

4) Sarasin, Reisen in Celebes, I, 340, fig. 105.

5) Serie 793 don. N. N. 1 Aug. 1890.

6) Not. Bat. Gen. LI (1913), p. LXXVI, n°. 16535.

7) Vgl. over koppensnellen: Treffers, Kantteekeningen, 227. — Kruyt, T. I. T. L. Vk. LXI, 455—45°, 459, 463-

Cat. Rijks-Ethn. Museum, DL XVIII. 7

Sluiten