Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

paars en wit met gouddraadborduursel, rood, groen en oranje; daaronder a jour kruisen van rood, geel en wit, dan paars, rood met opgenaaide, oranje zigzaglijnen, dan paars. Hieronder tal van schilden in verschillende kleuren (oranje, groen, rood, paars, wit met gouddraad, enz.), waaraan kwastjes van verschillend (geel, rood, enz.) gekleurd katoen en veelkleurige (groene, roode, enz.) kralen. Banggaai. O. L. 205, h. 95 cM.

1904/297!). Kokers met sigaretten, twee exemplaren; afgeknot kegelvormige huls van karton met uitgeknipte versieringen van veelkleurig (rood, zwart, groen, enz.) papier. Aan het dunne einde een touwtje. — Gevuld met lange sigaretten, bij feestelijke gelegenheden aan het hof in gebruik. Boeton.

L. 19, dm. 3—s cM. Zie pl. II, fig. 4.

GROEP XI.

Speelgoed en muziekinstrumenten2).

1904/305»). Rammelaar, in den vorm van een vogel, van diagonaal gevlochten, ongekleurde, roode en zwarte /a«(/a«-bladreepen, op een omwoelden steel en met steentjes (?) gevuld. Boeton.

H. 16 cM.

1904/310 4). Als voren, doch in den vorm van een rechthoekige flesch met cylindervormigen hals, van diagonaal gevlochten, ongekleurde, zwarte, roode en groene pandanbladreepen. Gevuld met steentjes (?) en schelpen (?). Boeton.

L. 15,5, dm. 2—4,5 cM.

1904/315 6). Trom"), cylindervormig, van hout, beide zijden bespannen met slangenvel(?), gespannen door een ineengewoelden rotanring. Deze beide verbonden door een netwerk van rotanreepen met driehoekige mazen. Doorgestoken een ineengedraaide draaglus. — Bij terugkomst van een sneltocht gebruikt, om de ontstemde geesten der gesnelden te beletten, de woningen der snellers binnen te komen. Mengkoka. Z. O.

H. 56, dm. 41 cM.

GROEP XII.

Godsdienst. — Voorwerpen bij begrafenissen gebruikt7).

1926/6838). Grafteeken, vierkante, houten paal, naar boven breeder wordend. Het bovengedeelte zwart en rood gekleurd en versierd met ingesneden bladeren, lotusbloemen, rozetten, enz. Bovenop een huisje met een, op acht zuilen rustend dak, op een tempel gelijkend, waaronder een bol in een sarcophaagvormigen onderbouw. In de nissen zitten menschenfiguren. Op het dak staat het model van een Boetonsch

1) Not. Bat Gen. LI (1913), p. LXXII, n°. 16490. — Vgl. over rooken bij de To Lakt: Kruyt, T. I. T. L. Vk. LXI, 437, 470, noot 5.

2) Literatuur: Kruyt, T. I. T. L. Vk. LXI, 451—452, 455. — Vosmaer, 1. c. 88—89.

3) Not Bat Gen. LI (1913), p. LXXIV, n°. 16511.

4) Not Bat Gen. LI (1913), p. LXXIV, n°. 16512.

5) Not Bat. Gen. LI (1913), p. LXXVIII, n°. 16563.

6) Vgl. Grubauer, p. 105, fig. 80.

7) Elbert, II, 16—18. — Med. Ned. Zend. Gen. XLIV, 162—163. — Kruyt, T. N. A. G. 2e Ser. XXXIX, 679. — Idem, T. I. T. L. Vk. LXI, 435—440, 457—458, 463—467. — Vosmaer, L c. 86, 96. — T. 1. T. L. Vk. II, 76, 98.

8) Not. Bat. Gen. LI (1913), p. LXXV, n°. 16526.

Sluiten