Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en daarboven een geheel met reepen omwikkelde ring. Enkele reepen van den zijwand zijn onder den bodem voortgezet en volgens drierichtingssysteem a jour met zeshoekige gaten gevlochten tot een cylindervormigen voet. — Dient om toebereid eten op te brengen. Toradja's. H. 17, dm. 20—30 cM.

1647/1348. Zeef, van zigzagvormig gevlochten (tweerichting, tweeslag) bamboereepen, de schil naar buiten. Kegelvormig. Randhoepel van rotan, binnen en buiten, vervormd tot een steel, waarvan de beide helften door een vischgraatvormig gevlochten rotanring worden bijeengehouden, die met een wigje wordt aangedreven. Toradja's.

H. 16, dm. boven 18, 1. met steel 29 cM.

1647/753. Voetstuk (okota1), van gevlochten rotanvezels; de voet kegelvormig, naar boven dunner toeloopend en van paren vezels vischgraatvormig gevlochten; daarboven een concaaf bord met groote opening in het midden; lusvormig a jour van paren vezels gevlochten met uitgeschulpten rand, die uit drietallen vezels bestaat *). — Dient voor het opplaatsen van aarden potten. Posso.

H. 18, dm. voet 9—20, dm. bovenvlak 29,5 cM.

1647/857. Als voren (pkota), van lusvormig gevlochten paren rotan danni-xeepen, cylindervormig met uitstekenden voet en bovenrand, de beide laatste eenigszins plat. — Voor borden en pannen. Posso.

H. 10,5, dm. 8,5—14,5 cM.

1232/15. Als voren (okota3), cylindervormig, van bamboereepen gevlochten, het bovenste deel lusvormig a jour van paren reepen. De vooruitstekende voet diagonaal van paren bamboereepen gevlochten. — Voor een aarden pot. Toradja's.

H. 10,5, dm. 12—16 cM.

1926/785 4). Als voren (palamping koerd), van groepen van drie rotanreepen lusvormig open gevlochten, rond, op een uitstaanden, diagonaal gevlochten voet. — Algemeen in gebruik voor kookpotten. M.

H. 11,5, dm. 15—22 cM.

1456/75. Mand6), van dunne rotanstengels gevlochten, in den vorm van een buikigen pot met uitstaanden voet. Deze van paren reepen vischgraatvormig gevlochten, de bovenrand stijf, het overige è jour lusvormig van dubbele reepen 6). De bovenrandhoepel spiraalvormig omwikkeld. Los bijgevoegd, rond deksel, op dezelfde wijze lusvormig a jour gevlochten en met een dergelijken randhoepel. — Voor aardewerk. Topebato, Mapane.

H. 19, dm. 17 cM.

1647/858. Voetstuk (lalangal), van lusvormig a jour gevlochten paren rotan danni-reepen; het bovenste gedeelte schotel vormig, de wanden dichter gevlochten dan de bodem, die in het midden eene ronde opening vertoont. De voet dicht aaneen, vischgraatvormig van paren reepen gevlochten, rond, naar onderen verbreed. — Dient voor het opzetten van flesschen. Posso.

H. 13, dm. 17—34 cM.

1926/669. Wan (tapi8), rechthoekig, met convexe langszijden. Van ongekleurde bamboereepen zigzagvormig gevlochten. De dubbele randhoepel door paren rotan-

1) Adriani en Kruyt, II, 185, 331, 337. — Kruyt, Woordenlijst, 48, s. vt oio. — Jasper, Vlechtwerk, 161 en 162, fig. 229, links.

2) Vgl. Lehmann, Gefiechtsarten, pl. II, fig. 109.

3) Kruyt in Af. N. Z. G. XL, 132, XLI, pl. II, fig. b. — Meyer und Richter, o. c. pl. X, fig. 3. 4) Cat. Bat. Gen. Suppl. I, p. 138, n°. 6440.

5) Meyer und Richter, Celebes, I, pl. XVII, fig. 17.

6) Vgl. Mason, Vocabulary of Afalaysian basketwork, i. v. Borderwork, p. 11, fig. 6.

7) Jasper, Vlechtwerk, 163, fig. 231. — Vgl. Lehmann, Gefiechtsarten, pl. II, fig. 60. — van Hasselt, Atlas, pL LXXIII, fig. 2.

8) KRUYT, Woordenlijst, 70, s. v. 2° tapi.

Sluiten