Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1232/17. Drinknap (fabo1) bangke), bestaande uit een kokosnoot, waarvan de bovenhelft is afgesneden, in een voetstuk *), dat van paren bamboereepen diagonaal en lusvormig a jour gevlochten is, met uitstaanden onderrand. Toradja's.

H. 10,5, dm. nap 11,5 cM.

1232/16. Als voren (fabo), doch in een mandje (Jangisa*), van dunne bamboereepen diagonaal, het middendeel lusvormig a jour gevlochten, met uitstaanden, van onderen hollen voet, en met plat, lusvormig opengewerkt deksel. — Wordt het voorwerp gebruikt, zoo neemt men het uit het mandje, draait het laatste om en plaatst de klapperdop in den hollen voet. Toradja's.

H. 13, dm. 10—15 cM.

1300/18. Lepel (iroe*), het blad van kokosnoot, rond, aan het steeleinde spitser toeloopend en met twee gaten. Steel van bamboe, recht, met ingesneden tanden op eene plaats aan weerszijden. De steel met één gaatje en aan het blad door rechte omwinding en vischgraatvormige omvlechting van fijne vezels verbonden. Toradja's.

L. 45, dm. blad 7,5 cM.

1926/370. Waterkruik, bestaande uit een kalebas, zonder opening. M. H. 30, dm. 24 cM.

1926/670. Als voren, doch zonder hals. In het midden der bovenzijde eene ronde opening, door een houten stop gesloten. Door twee gaten aan weerszijden daarvan is een draagsnoer van gedraaide rotanreepen getrokken, dat van boven lusvormig uitloopt. M.

H. 20,5, dm. 19,7 cM.

2017/166). Flesch (kalobe), van kalebas, met rotanreepen omvlochten. Langs den bovenrand, op de plaats, waar de hals in den buik overgaat en aan den voet een uitstaande ring van gesloten, diagonaal vlechtwerk. Overigens over de geheele oppervlakte lusvormig vlechtwerk a jour, rijen cirkels en zeshoeken, op den buik en den hals door verticale, evenwijdige reepen verbonden. Langs de zijden aan weerskanten twee rotanlussen, waardoor een koord geregen is. De stop van hout met een boogvormig uitgesneden handvat, welks bovenrand in het midden diep ingesneden en langs de beide zijden getand is. — Palmwijnbewaarplaats van hoofden, als zij op reis zijn. Simboeang, Ma ka le.

H. 33, dm. 14 cM.

2017/17. Als voren (kalobe), van kalebas, doch kleiner, de hals in het midden dikker en geheel met gesloten, diagonaal vlechtwerk omvlochten, evenals de uitstaande voet. De buik met lusvormig vlechtwerk a jour, waardoor cirkels en zeshoeken gevormd worden, omvlochten. Houten stop met poortvormig handvat, dat van boven in den vorm eener afgeknotte pyramide uitloopt. Door de lussen aan de zijden en de stop is een koord geregen. — Palmwijnbewaarplaats van hoofden, als zij op reis zijn. Simboeang, Makale.

H. 22,5, dm. 10,1 cM.

c. Van bamboe.

1300/19. Vuurtang (soepi6), van bamboe: twee rechte bamboereepen, waarvan het eene einde meermalen gespleten en het andere dak vormig afgesneden is; de beide gespleten einden in elkaar gestoken en met een lapje wit katoen omwonden. Het

1) Kruyt in Af. N. Z. G. XL, 133. — Idem, Woordenlijst, 67, s. v. tabo. — Adriani en Kruyt, II, 196.

2) Meyer und Richter, Celebes, I, pl. X, fig. 3. — Zie boven p. 101, n°. 1232/15.

3) Kruyt in Af. N. Z. G. XL, 133. — Adriani en Kruyt, II, 196, 331. — Jasper, Vlechtwerk, 161.

4) Af. N. Z. G. XL, 133. — Adriani en Kruyt, II, 184, 274.

5) Serie 2017 aankoop Oct. 1921.

6) Af. N. Z. G. XL, 133.

Sluiten