Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geheel vormt een veerende tang en dient, om bij het koken de gloeiende stukjes houtskool te verschikken. Toradja's. L. 33, br. 2,5 cM.

1232/25. Bamboekoker (dapo1), met inschuivend deksel met gaatjes. In het midden en aan de beiden uiteinden een band diagonaal bamboevlechtwerk. — Wordt gebruikt bij het drinken van palmwijn, dien. men door een van de gaatjes in het deksel in den mond laat loopen. Het andere gat dient voor den luchttoevoer. Toradja's.

H. 56, dm. 4,5 cM.

1926/671. Als voren8), doch zonder deksel, voorzien van een haak, om hem over den schouder te dragen. Versierd met vier breede en twee smalle banden ingebrande figuren; de breede uit driehoeken tusschen evenwijdige, verticale lijnen, de smalle uit zandloopers, omgeven door evenwijdige, verticale lijnen tusschen twee dikke, horizontale strepen bestaande. M.

L. 68, dm. 5,5 cM.

d. Van hout.

1818/2. Groentenschaal, van geel hout, driehoekig, komvormig, op drie lage pooten en met rond, knievormig naar beneden gebogen en dikker uitloopend handvat. Rante Pao, Loewoe.

L. 21, br. II cM.

804/255. Sagoklopper8), bestaande-uit een afgeknot kegelvormig stuk hout, om welks ondereinde een breede ijzeren ring met scherpen kant is bevestigd; door middel van rotanreepen tegen het knievormige boveneinde van een ruw bewerkt handvat of steel verbonden. Loewoe.

L. steel 45, 1. slageinde 45, dm. 6 cM.

1232/27. Rijstblok (nontjoe*), model van wit hout, eenigszins zandloopervormig, doch het middengedeelte rechthoekig, het boven- en ondervlak rond, het tusschenliggende gedeelte achthoekig en schuin naar het midden toeloopend. In het bovenvlak eene uitholling, om de rijst in te stampen. Toradja's.

Dm. bovenvlak 18, h. 48 cM.

1232/28. Rijststamper (jajoe*), model van zwaar, lichtgeel hout, het midden cylindervormig, de uiteinden verbreed, zandloopervormig. Toradja's. L. 48,5, dm. 2,7—4,5 cM.

1926/889—890. Als voren, doch in natuurlijke grootte, 889 van donkerbruin, 890 van lichter bruin amara-hout; 889 als n°. 1232/18, doch 890 in het midden cylindervormig, de uiteinden achthoekig en verbreed, door een rug van het middendeel gescheiden. M.

L. 168,5 en '74, dm. 6 en 6,5 cM.

e. Van aardewerk.

1926/13—15. Schotels, van rood aardewerk, rond, van onderen convex, van boven concaaf. Paloe.

Dm. 20,5, 17 en 9,4, h. 4,5, 3,7 en 2 cM.

1232/29. Kookpot (koera9), van aardewerk, bolrond, met wijd uitloopenden, naar buiten gebogen, van boven gekartelden rand. Toradja's. H. 29, dm. 17—23,5 cM.

1) Adriani en Kruyt, II, 188.

2) Meyer und Richter, Celebes, I, pL VIII, fig. 14.

3) Weber in I. A. f. E. Lil, Suppl. 39 met pl. jj, fig. 14

4) Kruyt in M. N. Z. G. XL, 136. — Adriani en Kruyt, II, 198. — Kruyt, Woordenlijst, 47, s. v. nontju.

5) Kruyt, Woordenlost, 28, s. v. jaju. — Adriani en Kruyt, II, 198. — Kruyt in M. N. Z. G. XL, 136.

6) Kruyt, Woordenlijst, 37, s. v. kura. — Meyer und Richter, Celebes, I, pl. XXIV, fig. 6. — Kruyt in M. N. Z. G. XL, 132. — Adriani en Kruyt, II, 185, 199, 315, 337, onderste afb.

Sluiten