Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1926/92 & 107. Sirihzak, als voren, doch het patroon bestaat uit rood, groen en zwart gekleurde concentrische ruiten, omgeven door witte lijnen met roode, groene en zwarte stippen en gekruist door twee (92) of vier (107) elkander rechthoekig snijdende, groene en roode (92) of groene, roode en witte (107) lijnen. Posso.

H. 29,5 en 30,5, br. 19,5 en 18,5 cM.

1926/103 & 117. Als voren, doch het patroon bestaat uit groene en witte (103) of groene, roode en zwarte (117) ellebogen. Bij n°. 103 bovendien groene zandloopers met witte omtrekken op rooden grond. Bij n°. 117 horizontale en verticale rijen van afwisselend roode en groene ruiten op witten grond, waardoor de ruimte in twaalf vakken is verdeeld, terwijl bij n°. 103 zes verticale, witte banden de ruimte in zeven vakken verdeelen; n°. 117 met trekband van rood garen. Posso.

H. 32, br. 24 en 20,3 cM.

1926/70. Als voren, doch het patroon bestaat uit concentrische, rood, zwart, groen en blauw gekleurde ruiten met witte omtrekken. Aan den bovenrand een horizontale rij wit en zwarte ruiten, omgeven door roode en blauwe driehoeken. Aan den onderrand een roode zigzagstreep met witte omtrekken op zwarten grond tusschen blauw, wit en rood gekleurde, horizontale strepen. Trekband van wit garen. M.

H. 33,5, br. 20,5 cM.

1926/121. Als voren, doch het patroon bestaat uit roode, witte en groene ruiten en driehoeken op zwarten grond in verticale rijen rechthoeken, die gevormd worden door vijf verticale, roode strepen op witten grond en een groot aantal horizontale, groene en roode strepen. Trekband van rood garen. Posso.

H. 28, br. 19 cM.

1926/123. Als voren, doch het patroon bestaat in de bovenste helft uit roode driehoeken met zwarte omtrekken op witten grond en daartusschen zwarte boomen met roode takken. In de onderste helft verticale rijen roode, groene en zwarte driehoeken en ruiten, gekruist door verticale, groene lijnen. Aan den bovenrand groepen roode en witte ruiten op zwarten grond, aan den onderrand wit en zwarte ruiten tusschen twee horizontale, roode lijnen. Zonder trekband. Posso.

H. 27,5, br. 22,5 cM.

1926/96. Als voren, doch het patroon bestaat in de bovenhelft uit groen en zwart gekleurde driehoeken met roode omtrekken op gelen grond en daartusschen roode en groene boomen met roode en zwarte takken. In de onderste helft een groote, zwarte driehoek met eene kleine, rood, wit en groene ruit in het midden, begrensd door drie reeksen roode, gele, groene en zwarte driehoeken. Tusschen de boven- en onderhelft een horizontale rij zwarte, groene en roode ruiten. M.

H. 24, br. 22 cM.

1926/110. Als voren, doch het patroon bestaat in de bovenhelft uit roode, zwarte en groene driehoeken op witten grond en daartusschen roode bladfiguren of gestileerde horens. Langs den bovenrand een rij groene, roode, zwarte en witte kruisbloemen en ruiten op zwarten grond, In de onderste helft een kleine, zwarte driehoek, begrensd door schuine rijen roode, zwarte en groene driehoeken en ruiten. In het midden een breede, horizontale band roode, zwarte en groene ruiten. Posso.

H. 30, br. 24 cM.

1926/124. Als voren, doch het patroon bestaat uit vierkanten, afwisselend gevuld met vierbladerige, rood, zwart en wit gestreepte bloemen, gekruist door twee blauwe diagonalen of met twaalfpuntige, rood, zwart en blauw gekleurde sterren op witten grond. De vierkanten omgeven door roode, blauwe en wit en zwart gestreepte banden. Posso.

H. 24,5, br. 16 cM.

1926/104. Als voren, doch het patroon bestaat uit met grijze, roode en ongekleurde driehoeken gevulde vierkanten, begrensd door witte, horizontale en afwis-

Sluiten