Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

selend witte en roode, verticale strepen. De oppervlakte is door drie breede horizontale banden in vier deelen gescheiden. M. H. 30,5, br. 24 cM.

1926/118 & 122. Sirihzak, als voren, doch het patroon bestaat uit rijen zwarte ruiten met roode omtrekken en roode, krulvormige uitsteeksels, bij n°. 118 ook roode cirkels, doorsneden door horizontale, rood, groen en oranje gekleurde en verticale, roode lijnen, op oranje grond. Langs beide randen (118) of langs den bovenrand (122) groene, roode en witte, langs den onderrand bij n°. 122 groene, oranje en witte, verticale strepen. Trekband van rood garen. Posso.

H. 26,5 en 27,5, br. 20,7 en 17,8 cM.

1926/69, 75 & 90. Als voren, het patroon bestaat uit groene (69 en 75) of zwarte (90) ruiten en driehoeken met roode omtrekken, met roode (69 en 75) of roode en groene (90) krulvormige uitsteeksels en roode cirkels op oranje grond, doorsneden door drie (69 en 75) of twee (90) veelkleurige, horizontale en een groot aantal roode, verticale strepen. Bij n°. 75 bovendien een dwarsband, gevuld met zwarte, schuine strepen en cirkelbogen met witte omtrekken op rooden grond. Posso.

H. 27, 29 en 28, br. 22, 19,5 en 18 cM.

1926/113 & 1x5. Als voren, doch het patroon bestaat uit een (113) of twee (115) rijen rood, zwart en groene (113) of rood, wit, zwart en groene (115) driehoeken op witten grond. Daartusschen groepen van drie (113) of twee (115) ruiten met krulvormige, roode (113) of roode en groene (115) uitsteeksels en bij n°. 113 bovendien groene en roode cirkeltjes. Langs den bovenrand ruiten, driehoeken en cirkelbogen in vierkanten (113) of eene rij afwisselend roode, zwarte en witte, zwart gestreepte ruiten (115). Langs den onderrand een rij groene en roode ruiten op zwarten grond en daaronder een roode zigzagstreep op witten grond (113) of horizontale zwarte, roode en groene strepen (115); n°. 113 zonder, n°. 115 met rooden trekband. Posso.

H. 29 en 31, br. 22,5 en 18,7 cM. Zie pl. II, fig. 1 (1926/113).

1926/91. Als voren, doch het patroon van de bovenhelft bestaat uit driehoeken met groene en roode omtrekken en roode, krulvormige uitsteeksels, gevuld met groene en zwarte ruiten op witten grond. De benedenhelft gevuld met vijf verticale reeksen witte en zwarte ruiten op rooden grond, gescheiden door groene, verticale strepen. Langs den bovenrand een rij roode en zwarte ruiten op witten grond tusschen twee horizontale, groene strepen. M.

H. 32, br. 22,5 cM.

1926/79. Als voren, doch het patroon bestaat uit vier rechthoeken, begrensd door roode of blauwe en witte lijnen en gevuld met blauwe ruiten met roode, krulvormige uitsteeksels en roode stippen (butTeloogen?). Langs den binnenrand der langszijden afwisselend blauwe en roode driehoeken. Langs den boven- en onderrand en in het midden een rij zwarte vierkanten, gevuld met roode en ongekleurde ruiten en gescheiden door roode, blauwe en ongekleurde, verticale strepen. Posso.

H. 34, br. 21,5 cM.

1926/84. Als voren, doch het patroon bestaat in de bovenhelft uit verticale banden, afwisselend gevuld met roode en witte, zwart gestreepte ruiten, roode en zwarte, schuine strepen of cirkelsegmenten. In de benedenhelft drie verticale rijen witte, zwart gestreepte ruiten met roode omtrekken, ieder met een dubbel, hoornvormig uitsteeksel op zijde. Langs de kanten een roode zigzaglijn. Langs den bovenrand een rij rood en witte vierkanten op zwarten grond en in het midden een horizontale rij roode en witte, zwart gestreepte ruiten. Posso.

H. 28, br. 24,5 cM.

Sluiten