Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1926/111. Sirihzak, als voren, doch het patroon van de bovenhelft bestaat uit roode driehoeken met paarse randen. Daartusschen en in de benedenhelft roode en oranje ruiten met krulvormige uitsteeksels en kleine cirkels. Langs den boven- en onderrand zwarte rechthoeken, die door horizontale, roode banden gekruist worden. In het midden een horizontale band roode rechthoeken, met zwarte cirkelsegmenten gevuld. M.

H. 28, br. 24 cM.

1926/93. Als voren, doch het patroon bestaat uit twee rijen zwart, wit en paarse driehoeken met roode omtrekken en aan weerszijden drie krulvormige, roode uitsteeksels op witten grond. In de onderste rij driehoeken roode zandloopers met wit boven- en ondervlak op zwarten grond. Langs den bovenrand zwarte rechthoeken, gevuld met witte en roode ruiten. Posso.

H. 31,5, br. 21,5 cB*.

1926/81. Als voren, doch het patroon van de bovenhelft bestaat uit kleine ruitjes met aan weerszijden groote, roode, krulvormige uitsteeksels, gescheiden door een roode zigzagstreep. In de onderste helft verticale rijen, afwisselend gevuld met roode driehoeken, witte, zwart gestreepte ruiten, roode ruiten en wit en zwarte cirkelsegmenten op rooden grond. Langs den bovenrand een rij cirkelsegmenten, in het midden en langs den onderrand een rij witte, zwart gestreepte ruiten. M.

H. 25,5, br 17 cM.

1926/76. Als voren, doch het patroon is door een witte en twee roode, horizontale lijnen in vier banden verdeeld. De bovenste verdeeld in rechthoeken, gevuld met zwarte en roode, schuine strepen met witten rand, of met witte, zwart gestreepte ruiten met roode omtrekken op zwarten of witten grond, gescheiden door witte en roode, verticale strepen. De tweede band in drie vierkanten verdeeld, waarvan de beide buitenste gevuld zijn met een roode en zwarte, vierpuntige ster, doorsneden door twee roode diagonalen met een wit en zwarte ruit in het midden; in het middelste vierkant zwarte ruiten met roode, hoornvormige uitsteeksels en cirkels. De derde band gevuld met zwarte, paarse en groene kruisbloemen x) op rooden grond, doorsneden door witte diagonalen, of met zwart en groene driehoeken met roode, hoornvormige uitsteeksels en cirkels. De onderste band met groene en roode ruiten op zwarten grond in vierkanten, begrensd door roode en groene, verticale strepen. Posso.

H. 27,5, br. 23 cM.

1926/101. Als voren, doch het patroon bestaat uit vierhoeken en rechthoeken, gevuld met groene en roode ruiten en driehoeken op zwarten grond, roode en zwarte driehoeken en ruiten op witten grond, witte, zwart gestreepte ruiten met roode, hoornvormige uitsteeksels, paars en zwarte ruiten met roode omtrekken en onderaan twee groote, zwart, paars en groen gekleurde, met roode en paarse ruiten gevulde driehoeken met een aantal roode, hoornvormige uitsteeksels en groen en roode boomvormige figurens) op witten grond. Bovenaan een rij witte, zwart gestreepte driehoeken met roode omtrekken op witten grond. M.

H. 32,5, br. 22,5 CM.

1926/94. Als voren, doch het patroon bestaat uit zwart, oranje en rood gekleurde, met witte ruiten gevulde driehoeken, waarvan sommige met drie paren roode, hoornvormige uitsteeksels op witten grond, van boven en onderen begrensd door een breeden, horizontalen band, gevuld met roode en witte ruiten op zwarten grond. Onderaan een groote, zwarte driehoek8), begrensd door schuine rijen roode driehoekjes en ruiten op witten grond. Posso.

H. 30, br. 20,$ cM.

1) Vgl. Adriani en Kruyt, Geklopte boomschors, pl. UI, fig. 5.

2) Vgl. Meyer und Richter, Celebes, 1, pL XV, fig. 6.

3) Vgl. Adriani en Kruyt, Atlas, pL „beschilderde foeja-kleedingstukken," fig. onderaan links: „sirih-zak" (watoetoe). To Bada.

Cat. Rijks-Ethn. Museum, Dl. XVIII. 8

Sluiten