Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op zwarten grond in een cirkel met getanden rand. Op de wanden in het midden drie breede banden, ieder gevuld met twee rijen concentrische cirkels met een achtpuntige ster als kern. De middelste band aan weerskanten omgeven door ongekleurde bladranken op bruinen grond, de beide andere banden door haken, die in ruitvormige punten uitloopen. De banden van elkaar gescheiden en begrensd door een band ruiten op zwart gestreepten grond, aan weerskanten door zwartgestreepte driehoeken omgeven. Aan de uiteinden van bodem en deksel eerst een rij kruisbloemen, die ruiten omsluiten, aan weerskanten door een zigzaglijn omgeven en ten slotte ongekleurde en bruingestreepte driehoeken, door zigzagstrepen omgeven. — Bewaarplaats van «WA-ingrediënten. M. L. 54, dm. 8,5 cM.

1300/22. Kalkkokertje, platte noot, aan een einde doorboord en met een propje bladeren gesloten. Toradja's. L. 6,9, br. 4,8, dm. 2,6 cM.

804/232Als voren, doch bestaande uit een peervormige kalebas, met houten stop in het midden van het dikke einde. Toradja's. L. 11, dm. 5 cM.

1232/20—ar. Als voren (takoe teoela*), onversierd en beschadigd (20) of versierd met een ster, zigzaglijntjes, ruitjes, driehoeken en twee kreeftvormige figuren (21). Toradja's.

L. 15 en 14, dm. 3,5 en 5 cM.

1926/12. Als voren*), doch met stop van rood geverfd hout. Het ornament bestaat uit ingebrande driehoeken, zandloopers, vierpuntige sterren en zigzagstrepen. M. L. 11,5, dm. 4,4 cM.

1377/6. Als voren (takoe teoela*), doch de stop ongekleurd, cylindervormig, met gesneden knop. Op de buitenzijde ingesneden, gedeeltelijk ingebrand ornament: rondgaande ringen, rijen driehoeken en zigzaglijnen en daartusschen groote vakken, waarin krullen (gestileerde varkens(?)- of buffelkoppen?) of schaakbordsgewijze met kruisen en effen vierkanten bewerkt. Tolage.

L. 14, dm. 4 cM.

1456/66. Als voren (takoe nteoela6), doch zeer langwerpig. Cylindervormige, houten stop met ringetje van rotan en een kwast van roode, katoenen draden, waaraan witte, blauwe, roode en zwarte kralen geregen zijn. De buitenzijde zonder ingesneden of ingebrande ornamenten. Gevuld met zeer fijne kalk. Topebato's. Mapane, Tomini-%o\fm

L. 27, dm. 4,6 cM.

1710/106. Als voren6), doch met een lang, rond stopje van riet met iets uitstekenden rand, zonder kwast. De buitenzijde met bladtin bekleed; hierin rijen uitgesneden, rondgaande ringen, rijen driehoeken en krullen, terwijl nog vierkantjes en met haken gevulde ruiten ingekrast zijn. Toradja's.

L. 22, dm. 4,5 cM.

1456/24. Als voren (takoe nteoela"1), doch op de buitenzijde ingesneden, rondgaande randen, waarin staande zigzagstreepjes (buikgordel) of ovalen binnen ruiten (kongkamevruchten), rechthoeken, waarbinnen bladornament of kruisbloemen en verder kruisen

1) Weber, 1. c. 39 met pl. II, fig. 15.

2) Meyer und Richter, Celebes, I, pl. XVII, fig. 10, 10a en ioi. — Kruyt, Woordenlijst, 72, s. v. teüla.

3) Vgl. adriani en kruyt, De Bare''e-sfrekende Toradja's, Atlas, pl. „hoofdstuk huisraad en wapens," fig. bovenaan links. — Meyer und Richter, 1. c.

4) Vgl. Sarasin, Reisen in Celehes, II, 109 met fig. 45. — Adriani en kruyt, Atlas, 1. c.

5) Meyer und Richter, Celehes, I, p. 72, n°. 337.

6) Meyer und Richter, L c. n°. 338 met pl. XVII, fig. 10—loi. — Adriani en Kruyt, 1, c.

7) Sarasin, Reisen in Celebes, II, 109, fig. 45. — Meyer und Richter, Celehes, I, p. 72, n°. 338 met pl. XVII, fig. 10—10*.

Sluiten