Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in krullen eindigend (karbouwenkoppen). Overigens geheel belegd met bladtin m rondgaande, deels sch ldvormig uitgesneden ringen. Cylindervormige stop van riet, met Sverdik en, met bladtin belegden kop, waaraan tal van gele draden ^die groote, blauwe en kléine, witte kralen dragen en waaraan met hars bosjes veeren zijn vastgeplakt. To Bada. L. 23, dm. 4,7 cM.

1818/1 Kalkkokertje, als voren, doch van zilver, peervormig, onderaan puntig; het middendeel met driehoekige ruggen. Boven en onder ingedreven ornament van krullen en bladeren. Platte stop met ruwe schroef bevestigd. Loewoe.

L. 10, dm. 4,5 cM.

1026/10. Spuwkoker, van bamboe, aan de eene zijde geheel, aan de andere slecn£ gedeeltelijk open,' omwonden met vier breede banden "fj^ diagonaal rotanvlechtwerk. Aan den eersten en derden band is een, van rotan gedraaid draagkoord verbonden. M.

H. 53, dm. 7,2 cM.

1026/11. Als voren, doch het ondereinde gesloten, de bovenhelft versierd met ingebrande driehoeken, ruiten, schaakbordfiguren, kruisbloemen, bladranken en een menschenfiguur in staande houding. Zonder rotanbanden en draagkoord. «I.

H. 23, dm. 5 cM. a Tabafe

804/2201). Tabakskoker, van bamboe, met deksel en bodem van bruin hout binnen den koker met een rand sluitend; in het midden yan het deksel eene uitgesneden, vierbladerige bloem. Om het boven- en benedeneinde van den koker, alsmede om liet midden zijn van fijne, ongekleurde en zwart gekleurde netreepen zigzagvormig gevlochten, breede ringen bevestigd. Palopo.

H. 25, dm. 10 cM.

i, 00/21 Als voren (tongka*), met inschuivend, flauw kegelvormig, houten deksel. Op den buitenwand zijn in rondgaande randen figuren ingegrift: rijen driehoeken, zigzaglijnen, ruitjes en eenige menschenhoofden. Toradja s.

H. 7, dm. 4,5 cM. .

2017/14. Bamboekoker, met opschuivend deksel, geheel met snijwerk versierd: op bodem en deksel een achtbladerige bloem in een cirkel met gelanden omtrek, oLekleurd op zwarten grond. Het ornament der wanden bestaat uit driehoeken, «Iepen van? vieiruUjes, concentrische ruiten en achtpuntige sterren in twee rijen SrkdT«ite oSSkiSii óp fijn gestreepten grond. - Door W,«-hoofden gebruikt, om tabak en sirih in te bewaren. Rante Pao.

H. 18, dm. 7,6 cM. Zie pl. VI, fig. 1.

aoi7/« Als voren, doch het ornament der wanden bestaat uit: in het midden een breede band ongekleurde Andreaskruisen op fijn gestreepten grond, aan weerskanten omgeven doo? een smallen band ruiten. Daarop volgen twee nog smallere banden zigzagstrepen, daarna weder ruiten en ten slotte langs de randen een breede met driehoeken gevulde band tusschen twee smalle banden ongekleurde zigzagstrepen op zwarten grond. — Om tabak en sirih in te bewaren. Rante Pao.

H. 11,5, dm. 8,2 cM. Zie pl. VI, fig. 2.

804/234*). Als voren, doch van buffelhoorn, afgeknot kegelvormig; met een rand binnen eten koker sluitende, houten bodem en deksel beide met een stervorm^ figuur versierd, dat door diepe, ovale en driehoekige insnijdingen wordt gevormd. Toradja s.

H. 8,5, dm. 5,7 cM.

,1 Wfber in I. A. f. E. III, Suppl. p. 3» met pl. I, fig. 14.

% Adriani en Kruyt, H, '216 met plf „hoofdstuk huisraad en wapens», fig. onderaan hnks. 3) Weber, L c. p. 38 met pl. I, fig. 20.

Sluiten