Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i450/18- uorscnijven, als voren, van palmhout, rond en plat; op de achterzijde eene halfronde, doorboorde verhooging. Een deel der randen en de voorzijde belegd met bladtin, de laatste met een achtpuntige ster binnen een cirkel; bij een exemplaar een verhoogde knop in het midden. — Voor vrouwen. To Bada.

Dm. 2,8, d. 1,1 cM.

c. Halssieraden.

1456/161). Kin der halssieraad, gele bovensnavel van den G?^«-koekoek (Phoenicophafs calorrhynchus Temm.), over den rug en overdwars met reepjes bladtin belegd en met oogen van schelpplaatjes; aan het achtereinde met een stuk huid met veeren. Door de punt is een grijs, gedraaid touwtje geregen, dat om den hals wordt gedragen. To Bada.

L. ± 14 cM.

1456/12. Halsketting8), gesloten snoer van boombastvezels, waaraan bruine, gedroogde vruchten (takoe rewoeï) zijn geregen. — Voor mannen. To Bada. L. dubbel gevouwen 37 cM.

1456/10. Als voren8), doch van afwisselend bruine en zwarte, glimmende vrucht(kongkameï) pitten. — Voor mannen. Kangeroa, To Bada. L. dubbel gevouwen 32,5 cM.

1456/14—15- Als voren (gongga*) kongkameï), drie (14) of twee (15) rondgaande snoeren glimmend zwarte (14) of zwartbruine (15) vruchten (kongkame i); bij n°. 14

hieraan verbonden een snoer van vierkante stukjes welriekend, gedroogd blad.

Voor vrouwen. To Bada.

L. dubbel gevouwen: 28 en 46 cM.

1456/11. Als voren8), doch van talrijke snoeren rood garen, waarop cylindervormige kokertjes van een lianen (?)-stengel zijn geregen en daartusschen enkele zwarte kralen. — Voor vrouwen. To Bada.

L. dubbel gevouwen + 36 cM.

1710/102—103. Als voren, doch samengesteld uit gele rietcylindertjes en afwisselend ronde, witte en zwarte kralen (102) of uit bruine en geelwitte, op Coix lacryma gelijkende zaden (103). Toradja's.

L. dubbel gevouwen ± 50 en ± 40 cM.

1300/29. Als voren6), doch van talrijke snoertjes zwarte vruchtenpitten, met enkele witte kraaltjes afgewisseld en aan grijs touw geregen. Toradja's. L. dubbel gevouwen 33 cM.

1300/28. Als voren (oloewoei), doch van vischgraatvormig in elkaar gevlochten menschenharen, de einden met lapjes katoen verzekerd. — Wanneer een jongeling en een jong meisje het samen eens zijn geworden, geven zij elkaar eenige van hunne hoofdharen; deze vlechten zij en dragen het om den hals met de uitgesproken bedoeling, dat zij elkaar niet zullen vergeten. Toradja's.

L. dubbel gevouwen ± 44 cM.

d. Borstsieraden.

1456/9. Borstsieraden8), schijfjes geslepen kop van Gwa-r-schelpen. — Wordt door vrouwen aan kettingen voor de borst gedragen. To Bada. Dm. 4—4,5 cM.

1) Vgl. Meyer und Richter, Celebes, I, p. 63, n». 349. — Sarasin, Reisen in Celebes, II, 109.

2) Vgl. Meyer und Richter, Celebes, I, p. 63, n». 17418.

3) Vgl. Meyer und Richter, Celebes, I, 63.

4) Sarasin, Reisen in Celebes, II, pl. III. — Vgl. Meyer und Richter, 1. c. — Kruyt, Woordenlijst, 24, s. v.

5) Vgl. Meyer und Richter, Celebes, I, p. 63a. — Sarasin, 1. c.

6) Vgl. Sarasin, Reisen in Celebes, II, pl. III.

7) Adriani en Kruyt, n, 12, 225.

8) Sarasin, Reisen in Celebes, II, 103, fig. 38, de tweede vrouw van links der voorste rij.

Sluiten