Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1232/65. Armband (jokoe1), van schelp, in doorsnede vijfhoekig, de buitenzijde dakvormig, versierd met twee rijen cirkeltjes met een stip in het midden. In de bovenzijde vier kruisjes en daartusschen vier cirkeltjes. Toradja's.

Dm. 6, d. I cM.

43/91s). Mannenarmband (boeso), van zeeschelp (paarlemoer?). De eene zijde plat geslepen, de andere van binnen hol, van buiten convex met paren ingekraste, verticale strepen. — Door mannen en ook door vrouwen gedragen. Posso.

Dm. 7,9, d. 1,2 cM.

1300/27. Als voren (toga *), doch uit den hoef van een buffel gesneden, in doorsnede onregelmatig rond, hoefvormig, niet gesloten, naar de einden dunner. Toradja's. Dm. 4,5, d. ± 0,8 cM.

1300/25. Als voren (toga), van karbouwenhoorn, in doorsnede driehoekig, onregelmatig gebogen, niet gesloten, nabij de einden doorboord. Toradja's. Dm. 6,5, d. o,6 cM.

1300/43. Als voren (toga*), van karbouwenhoorn, doch in doorsnede ruitvormig, niet geheel gesloten, nabij de einden doorboord; afwisselend met rondgaande stukjes bladtin belegd. Toradja's.

Dm. 5, d. 0,6 cM.

804/245. Als voren6), doch vischgraatvormig van donkerbruine rietreepen gevlochten.

Dm. 6,5, br. 0,7 cM.

776/46 6). Armband, kettingvormig gevlochten van bruin snijgras in den vorm van vier evenwijdig loopende kettinkjes. De uiteinden elkaar niet rakend. — Door vrouwen gedragen. Posso.

Dm. 6,5, d. 0,8 cM.

1232/66—68. Als voren (toga), doch van ijzer, niet gesloten, de einden puntig uitloopend (66) of recht afgesneden (67 en 68); dik (66 en een exemplaar van 68) of dun (67 en het andere exemplaar van 68). Toradja's.

Dm. 4,9—6, d. 0,6—1,1 cM.

1232/69 en 1300/26. Als voren (toga1), doch van geelkoper, in doorsnede platrond, niet geheel gesloten, de uiteinden recht afgesneden. Twee paren. Toradja's. Dm. 6,5 en 6, d. 0,6 en 0,3 cM.

1232/70. Als voren (toga), van geelkoper, twee exemplaren, het eene in doorsnede vierkant, het andere rond. De buitenrand ruw bewerkt met een ingekraste zigzagstreep of vierkanten en reliëf. Toradja's.

Dm. 6,5 en 7,5, d. 0,5 en 0,6 cM.

1456/29—30. Als voren8), van geelkoper, doch onversierd, min (29) of meer (30) gesloten, in doorsnede rond. — Door vrouwen aan beide armen gedragen, soms veertien aan eiken arm. Leboni.

Dm. 5,1 en 5,2, d. 1,1 cM.

1) Kruyt in Af. N. Z. G. XL, 148—149. — Adriani en Kruyt, II, 227. — Kruyt, Woordenig st, 28, s. v. joku.

2) Serie 43 don. C. B. H. baron von Rosenberg, Dec. 1864.

3) Sarasin, Reisen in Celebes, I, 265. — Adriani en Kruyt, II, 227. — Kruyt Woordenl9sti 745 s- y. — Idem in Af. IV. Z. G. XL, 149.

4) Sarasin, Reisen in Celebes, I, 265.

5) Meyer und Richter, Celebes, p. 64, n°. 323.

6) Serie 776 don. G. W. W. C. baron van Hoëvell, April 1890.

7) Meyer und Richter, 64. — Sarasin, Reisen in Celebes, I, 265. 8; Sarasin, Reisen in Celebes, II, 127.

Sluiten