Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door driehoeken met een krom uitsteeksel aan den top. Langs den rand afwisselend gele, zwarte en roodbruine strepen. Toradja's. L. 80, br. 79 cM.

1372/1, 1456/22—23 en 1926/255. Hoofddoeken (siga1), als voren, met rose <i). roode en paarse (22) roode (23) of roode en zwarte (255) strepen op gelen (1, 2* en 255) of bruinen (22) grond. Het ornament bestaat uit geometrische fijmren (rechthoeken, vierkanten, enz ), gevuld met uit krullen gevormde, gestileerde buffelkoppen (i, 22 en 255), ruiten (i, 22 en 23), halve cirkels (22 en 23), vierpuntige sterren met pnlpuntvormige uitsteeksels en vierbladerige bloemen (255). In het midden vier ruiten (22), of yier met roode driehoeken gevulde, halve gele cirkels (23), of twee vierkanten, gevuld met eene roode, vierbladerige bloem en twee met een zwart of roode vierpuntige ster met pijlpuntvormige uitsteeksels (255) of twee vierkanten gevuld met gestüeerde buffelkoppen en twee verdeeld in vier driehoeken (1) 1 - Posso 22: To Bada, 23: Koelawi, 255: M. ' '

L. 75, 68, 64 en 75, br. 75, 68, 62 en 73 cM. Zie pl. V, fig. 2 (1456/22).

1759/31—32 en 1926/315. Als voren, doch in een der hoeken een kwastje van ta-.» tu fWarte (31)- of bovendien witte (32) kralen »). Ornament van n". 31 en 32driedubbel, zwart diagonaal kruis van golflijnen; in het midden en in de hoeken door hjnen in acht of vier driehoeken verdeelde vierkanten, de driehoeken rood, paars en ongekleurd (31) of rood, groen en ongekleurd (32); om het middelste vierkant een rand met ruiten (32) of twee concentrische randen met ruiten en vierkanten (31); om de vierkanten in de hoeken twee rijen driehoeken (32) of in driehoeken verdeelde vierkanten (31). Langs de randen rijen roode strepen en randen roiten; daartusschen zwarte cirkels van stippen met stralen, bij n». 31 ook varenblad (?)-figuren en twee menschen. Ornament van n». 315: in het midden vier vierkanten, door roode diagonalen met hoornvormige uitsteeksels ieder in vier driehoeken verdeeld, die ieder met een zwarten en rooden driehoek gevuld zijn; omKeven door een rand van oranje en zwarte ruiten en zwarte zandloopers. De beide buitenranden rood met hoornvormige uitsteeksels. Daartusschen eene rij zwarte kruisen Langs den rand groepen van vier paarse en roode horens. — 31 en 32 mochten To Pefato^lT' M ^ ^ meerdere menschen hadden "gedood. 31 en 32:

L. 96, 82 en 99, br. 96, 82 en 97 cM.

b. Schouderdoeken.

*trrÖ,I7lii SVt Schouderdoeken, van witte boomschors, versierd met drie L hJÏ miZS (I74), °f r°?de- en P^rse f1*1) fi«uren. aan de beide uiteinden en tóstfekTeWr^^of3? Jnenï.kru^.n. stippen en verticale lijnen met korte, horizontale uitsteeksels (174) of twee rijen driehoeken, met de toppen tegen elkaar gekeerd be-

^nUt%8^

kJL9"6/l,!? "! V3?; Als y°ren' doch het V*tT0™ bataat uit groene cirkels met roode kernen (132) of uit roode, groene, oranje en blauwe cirkels (129), die door witte lijnen m vier (129) of acht (132) gelijke deelen verdeeld zijn. Bij n». 132 bovendien roode en oranje ruiten. Langs de randen roode ruiten (129) of blauwe 32) die door witte lijnen in vier gelijke deelen verdeeld zijn. M. * 3

L. 132 en 119, br. 35 en 32,5 cM.

m„H9»6/lS6 & l87< ^ V?re% doch hel Patro°n bestaat uit rechthoeken, gevuld met roode, groene en paarse (156) of roode, witte en paarse (187) driehoeken, gescheiden

XV fiAaDR8ANI «n KRÜYT!> G'kl^te b°omsch°", «I-ra. - Mever und Richter, Celebes, I, pl XV, fig. 8. — Sarasin, Ketsen in Celebes, II, no, fig. 48. ^"Coes, 1, pi.

2) Adriani en Krüyt, Geklopte boomschors, 18. midLS-figu„r ^ RICHTER' PL XV' * S- - Kaudern, o. c. II, 2,7, bild 83,

Sluiten