Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1926/175 & 177. Schouderdoeken, als voren, doch het patroon bestaat uit zwarte (175) of groene (177) ruiten met roode omtrekken en hoornvormige uitsteeksels, bij n°. 175 afgewisseld door roode en groene, vierbladerige bloemen, boomen met roode, hoornvormige uitsteeksels en groepen roode en zwarte ruiten en groene driehoeken. Aan de uiteinden van n°. 175 twee rijen zwarte en roode driehoeken, gescheiden door een rij roode, zwarte en groene driehoeken. Langs den rand van n°. 177 groene en roode vierkanten. Posso.

L. 90 en 130, br. 22,5 e*1 26 cM.

1926/176, 179 & 181. Als voren, doch het patroon bestaat uit boomen met schuine (176 en 179) of horizontale (181) roode en groene strepen met roode, hoornvormige takken (gestileerde buffelhorens), bij n°. 176 ook cirkels (oogen) op witten grond, gescheiden door roode en groene, verticale lijnen (176 en 181) en door roode, groene en zwarte ruiten (176 en 179) op witten (176 en 181) of gelen (179) grond. 176: Posso, 179 en 181: M.

L. 130, 136 en 132, br. 29, 27 en 28,5 cM.

1926/166. Als voren, doch het ornament bestaat uit drie rijen rood en geel gekleurde, vierbladerige bloemen op witten grond, in vierkanten, omsloten door roode, zwarte en gele lijnen. De buitenranden rood met zwarte cirkeltjes. M.

L. 133, br. 30 cM.

1926/138. Als voren, doch het patroon bestaat uit blauwe en oranje, schuinstaande figuren in den vorm van een dubbelen zwaluwstaart op witten grond. Langs de randen een rij blauwe en oranje ruiten tusschen roode lijnen. De buitenrand blauw. M.

L. 134, br. 39 cM.

1926/139. Als voren, doch het patroon bestaat uit door blauwe, roode en groene lijnen gevormde driehoeken, waarin roode, blauwe of groene cirkels, en uit roode, blauwe en groene dwarsbanden op witten grond. M.

L. 131, br. 29 cM.

1926/140. Als voren, doch het patroon bestaat uit gele, blauwe en zwarte ruiten met roode omtrekken, de zwarte met roode, kromme uitsteeksels (buffelhorens). De randen rood en paars. M.

L. 134, br. 31 cM.

1926/143. Als voren, doch het patroon bestaat uit twee rijen afwisselend blauwe en oranje ruiten, begrensd door een smalle, groene streep en een breeden, blauwen band. M.

L. 136, br. 34 cM.

1926/144. Als voren, doch het patroon bestaat uit paars, rood en groen gekleurde boomfiguren, omsloten door een rij afwisselend groene en roode ruiten. De buitenrand paars en rood. M.

L. 130, br. 30,5 cM.

1926/146. Als voren, doch het patroon bestaat uit paarse, vierpuntige sterren, omgeven door roode cirkeltjes, in door paarse lijnen op witten grond gevormde vierkanten. De rand rood. M.

L. 134, br. 31 cM.

1926/147. Als voren, doch het patroon bestaat uit twee banden evenwijdige, schuine, roode lijnen, gescheiden door een horizontalen band van dezelfde lijnen tusschen groene horizontale strepen. De buitenrand rood, gevolgd door een dubbele, groene lijn. M.

L. 131, br. 34 cM.

1926/155. Als voren, doch het patroon bestaat uit rechthoeken, gevuld met roode, blauwe en witte ruiten met groene omtrekken, concentrische, rood, blauw, wit en groen gekleurde driehoeken met tegen elkaar gekeerde toppen, blauwe ruiten met roode buffelhorens op witten grond en onregelmatige, door rechte lijnen in ruiten gevormde figuren. M.

L. 128, br. 31 cM.

Sluiten