Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1926/157. Schouderdoek, als voren, doch het patroon bestaat uit rechthoeken, gevuld met groepen concentrische, rood, wit, blauw en groen gekleurde ruiten in het midden, ingesloten door blauwe en groene driehoeken. De rechthoeken gescheiden door banden, gevuld met schuine, blauwe, groene en roode strepen. M.

L. 134, br. 30 cM.

1926/190. Als voren, doch het patroon bestaat uit zwarte en roode vierkanten, zwarte driehoeken en witte, zwart gestreepte ruiten op rooden grond, roode en zwarte ruiten met roode buffelhorens aan de hoeken en roöde buffeloogen op witten grond. Posso.

L. 118, br. 30 cM.

1926/189. Als voren, doch het patroon bestaat uit blauwe ellebogen met witte, gele en groene randen op rooden grond, vierbladerige, roode, witte en groene bloemen op gelen grond, geel en rood gekleurde ruiten op zwarten grond, groen en rood gekleurde cirkels op gelen grond, zwarte cirkelbogen met witte omtrekken, enz., alles in rechthoeken. M.

L. 124, br. 29,8 cM.

1926/162. Als voren, doch het patroon bestaat uit zwarte en oranje ruiten met roode omtrekken en buffelhorens, vierbladerige, rood, groen of oranje gekleurde bloemen, roode, vierpuntige sterren met oranje kern en oranje vlekken. Aan beide uiteinden een rij zwarte en groene driehoeken met oranje en roode omtrekken, begrensd door dwarsbanden, gevuld met rood en witte ruiten op zwarten grond. Posso.

L. 86, br. 25,5 cM.

1926/163. Als voren, doch het patroon bestaat uit afwisselend paarse, groene en witte vierkanten, omsloten door een breeden, oranje en een smallen, rooden rand. Al. L. 128, br. 29,5 cM.

1926/160. Als voren, doch het patroon bestaat uit zevenpuntige, roode en grijze sterren in vierkanten, wier zijden met roode en grijze driehoeken omboord rijn. Verder dubbele buffelhorens met een roode en groene ruit in het midden in vierkanten, begrensd door banden schuine, roode en zwarte lijnen. In de smalle dwarsbanden poortvormige figuren, in de breede groene en roode cirkelsegmenten op zwarten grond. AL

L. 124, br. 31,5 cM.

1926/158. Als voren, doch het patroon bestaat uit concentrische, rood, wit en zwart gekleurde ruiten, driehoeken en zwarte, schuine strepen. De dwarsbanden gevuld met groepen roode en witte driehoeken op zwarten grond. Posso.

L. 66, br. 26 cM.

1926/126. Als voren, doch het patroon bestaat uit ruiten met zwarte en groene kernen en roode, hoornvormige uitsteeksels, zwarte en roode rechthoeken met dezelfde uitsteeksels en vierpuntige sterren. Aan het eene uiteinde een rij driehoeken met rechte uitsteeksels, aan het andere een groep roode en zwarte vierkanten met witte omtrekken. Posso.

L. 83,5, br. 25 cM.

1926/178. Als voren, doch het patroon bestaat uit roode en groene, onregelmatige vlekken op witten grond. Posso. L. 110, br. 22,5 cM.

1926/173. Als voren, doch het patroon bestaat uit vierkanten, die ieder in vier roode, twee witte en twee zwarte driehoeken verdeeld zijn, wier toppen in het midden samenkomen. De vierkanten door witte, horizontale en groene, verticale lijnen begrensd. De buitenrand rood. AI.

L. 132, br. 32,5 cM.

Sluiten