Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1926/170. Schouderdoek, als voren, doch het patroon bestaat uit paarse ruiten met bruine, hoornvormige uitsteeksels en bruine, vierpuntige sterren met paarse kern op gelen grond. Langs den rand paarse driehoeken met gele en bruine omtrekken. M.

L. 132, br. 33 cM.

1926/169. Als voren, doch het patroon bestaat uit een rij witte en zwarte ruiten op groenen grond met roode omtrekken en zwarte driehoeken met witte omtrekken. Langs den eenen rand een rij witte ruiten, waarin een zwarte, vierpuntige ster, omgeven door een roode ruit met wit en zwart gestreepten rand in groene ovalen. De andere rand rood met wit en zwart gestreepte omtrekken. Posso.

L. 134, br. 27 cM.

1926/186. Als voren, doch het patroon bestaat uit paarse boomen met roode, groene, paarse of oranje bladeren, gescheiden door vierbladerige, roode, groene, paarse of oranje bloemen op witten grond. Verder een rij rechthoeken, die door witte diagonalen verdeeld zijn in vier blauwe en paarse of oranje driehoeken. De buitenrand paars. Daarnaast aan eene zijde twee roode lijnen, waartusschen oranje driehoeken, met de basis naar elkaar toegekeerd. M.

L. 128, br. 35 cM.

1926/165. Als voren, doch het patroon bestaat uit concentrische, oranje en groene ruiten en groene driehoeken met een oranje bloem in het midden. Langs een der zijden een breede, oranje strook met groene randen en daaronder een smalle, paarse rand. M.

L. 130, br. 35 cM.

1926/130. Als voren, doch het patroon bestaat uit roode en zwarte, concentrische ruiten op witten grond. De tusschenruimte gevuld met roode en zwarte cirkels en stippen. Langs den rand een rij ruiten. — Voor kinderen? Posso.

h. 52,5, br. 24 cM.

1926/128. Als voren, doch het patroon bestaat uit achtpootige, gestileerde insecten, groen, zwart en bruin, zonder kop, met gespleten staart in door dubbele, groene en blauwe lijnen gevormde ruiten op witten grond. De rand bestaat uit schuine, evenwijdige, groene strepen en stippen tusschen twee horizontale, oranje lijnen. M.

L, 134, br. 38 cM.

1926/134. Als voren, doch het patroon bestaat uit rood en paars gekleurde ruiten met hoornvormige, roode uitsteeksels op witten grond in vierkanten, begrensd door roode, paarse of groene lijnen. Posso. 128, br. 28 cM.

1926/192. Als voren, doch de eene helft ongekleurd, de andere rood, met franje aan de beide uiteinden. M. L. 209, br. 44,5 cM.

1926/142. Als voren, met franje aan de beide uiteinden, doch het patroon bestaat uit: in het midden twee en aan de uiteinden één rij roode en blauwe driehoeken. De overige ruimte gevuld met ruiten met hoornvormige uitsteeksels, sterren en bloemen, blauw, rood of zwart op witten grond. Posso.

L. 72, br. 31 cM.

c. Baadjes'). 1. Van boomschors.

1759/54. Vrouwenbaadje (karaba of kmba*), van geklopte tea-bast (Ariocarpus Blumei*), lichtrood bruin, behoudens de einden der mouwen uit één stuk,

1) Adriani en Kruyt, De Bare'e-sprekende Toradja's, II, 222—223.

2) O. c. 218. — Adriani en Kruyt, Geklopte boomschors, 9 vlg. met pl. V, fig. 1 en 2. — Kruyt, Woordenlijst, 32 en 40 s. v. 3) de Clercq, n°. 338.

Sluiten