Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

elkaar sluitende roode, paarse en gele driehoeken en ruiten, door dubbele, roode of paarse strepen begrensd. Op de voorzijde bovendien rijen kransen van stippen met een roode in het midden. — Door jonge meisjes der To Pebato gedragen. H. 45, br. zonder mouwen 42—57, br. over de mouwen 107 cM.

776/44. Vrouwenbaadje, als voren, met korte mouwen; van zwart geverfde boomschors, de einden der mouwen met een breede strook wit katoen omboord en op borst en rug met opnaaisels van wit en van oranje katoen, in den vorm van onregelmatige rechthoeken en gelijkbeenige driehoeken. — Door de To Napoe-vrouwen gedragen en moeielijk verkrijgbaar. Tomini-bocht.

L. 70, br. over de schouders 86 cM.

1232/99. Als voren (lemba1), doch de hals met rood katoen omboord en daaronder twee rijen driehoeken, gevormd door witte en roode draden. De mouwen, het smalste gedeelte en de onderrand met rood en geel gebloemd katoen omboord. Verder is het baadje versierd met driehoeken met hoornvormige uitsteeksels en achtpuntige sterren, gevormd door witte en roode draden. De buitenzijde zwart, de binnenzijde bruin. Toradja's.

L. 57, br. 40 cM.

1759/48—49. Als voren (amboelea3), doch rechthoekig, met een rechthoekig,bij n°. 49 met rood garen omstikt gat in het midden; de einden met korte, uitgeknipte franjes. Eene zijde beschilderd: gele grond, waarop paarse langsstrepen en groote driehoeken, dwarsranden met rijen driehoeken of verdeelde vierkanten (49) of dwarse rijen roode en paarse driehoeken, gescheiden door dwarsbanden, waarin verschillende, gedeelde, paarse vierkanten en ruiten (48); de grenslijnen zwart en driedubbel (49) of dubbele, rechte of gevlamde, zwarte strepen (48); n°. 49 bovendien met talrijke kransen van zwarte stippen met een roode als kern; n°. 48 op het midden breede, paarse langsstrepen. — Ouderwetsch en alleen bij feesten voor zieken gedragen. 49: To Onda'e, 48: To Pebato.

L. 203 en 227, br. 23 cM.

2. Van katoen.

1232/97. Vrouwenbaadje (lemba), van rood katoen, de hals- en borstopening met wit katoen omboord. De mouwen lang, van onderen nauwer wordend. In den oksel is een driehoekig stuk gezet. Stranddistricten der Toradja's.

L. 26, br. 37, over de mouwen 123 cM.

1456/20. Als voren8), doch van ingevoerd, blauw katoen, met wit katoen gevoerd; met korte mouwen, de halsopening kan door een touwtje dichtgeregen worden; geheel gesloten, van onderen zeer wijd uitstaand, in het midden nauw en daar belegd met een rondgaande strook rood katoen en in schuine richting met rechthoekige lappen wit katoen. To Bada.

H. 63, br. tusschen de schouders 35, 1. mouwen 38 cM.

1456/36. Als voren (lemba *), doch van rood katoen met voering van donkerbruinen, geklopten boombast. Geheel gesloten met recht ingesneden halsopening en korte mouwen; in het midden nauw, naar onder wijd uitloopend. De einden der mouwen van oranje katoen; de hals omboord met blauw katoen met witte randen; over rug en borst een streep van blauw katoen met witte randen, op de borst met kruisen en sterren van verschillend gekleurd katoen geborduurd. Op de voorzijde onderaan breede strooken wit en blauw katoen en smallere van rood en oranje; hierop vele sterren en ËÊf lijnen in rood, groen, geel en wit katoen en zilverdraad geborduurd. Gimpoe.

H. 54, br. tusschen de schouders 52, 1. mouwen 17 cM.

1) Af. N. Z. G. XL, 159. — T. I. T. L. Vk. XXXV, 25.— Meyer und Richter, pl. XIV, fig. 26—27. .

2) Adriani en Kruyt, Geklopte boomschors, 13, 25. — Idem, De Bare'e-sprekende Toradja's, I, 366, II, 223.

3) Af. N. Z. G. XL, 147. — Vgl. Sarasin, Reisen in Celebes, II, pl. III, p. 107, fig. 42.

4) Af. N. Z. G. XL, 148. — Meyer und Richter, Cclebes, L p. 59».

Sluiten