Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kruisende lijnen, die in driehoeken uitloopen, alles omringd door cirkeltjes (317 en 328). Bij n°. 317 bovendien ruitvormige groepen evenwijdige, rood en groene lijnen. Aan den rand verticale, roode (316) of groene (317) lijnen. 316: M., 317 en 328: Posso. H. 84, 131 en 77, br. 99, 119,5 en 110 cM-

1328/1 en 1372/5. Slaapsarongs1), het patroon bestaat uit paarse en roode, ronde bloemen, gele en roode, tienpuntige sterren met paarse, cirkelvormige uitsteeksels en vierbladerige, rood, geel en paarse bloemen (1) of uit rood en paarse, stralende zonnen met dikke of dunne stralen, groepen van roode en paarse, rechte strepen, ruiten met gekromden staart, groepen van vier ruiten, ieder met een rechthoek als kern, sterren, cirkels en door cirkelbogen omgeven kruisen (5). 1: Bolano, Tominibocht, 5: Posso.

L. 153 en 100, br. (dubbel): 169 en 120 cM.

1926/323. Als voren, doch met een patroon van door de diagonalen in vier driehoeken verdeelde vierkanten. Het hoofd (kapala) met twee rijen, met de basis aan elkaar sluitende driehoeken, door een dubbelen rand van het lichaam (badan) gescheiden. De figuren donkerbruin op gelen grond. Koelawi.

L. 198, br. 105 cM.

1926/150. Als voren, doch het patroon bestaat uit groepen blauwe en roode, in het midden ook paarse en witte, horizontale banden op gelen grond. De rand wit, rood en paars. M.

L. 210, br. 51 cM.

1232/95. Pronksarong (saloedende % als voren, doch de figuren rood, zwart en geel, in verticale rijen van drie figuren onder elkander, in den vorm van molenwieken, wagenraderen en spinnen, terwijl verder over het doek roode en zwarte stippen verspreid zijn. Toradja's.

L. 130, br. 93 cM.

1759/58. Als voren (saloedende*), met dezelfde kleuren beschilderd: langs de randen rijen ruiten en verder vier breede banen, waarin kruisen met een ruit met horens aan de einden, uit gekromde bladeren samengestelde sterren en in een der banen eenige zittende vogels. To Onda'e.

L. (dubbel): 136, br. 79 cM.

1926/332. Als voren, doch het patroon bestaat uit ronde, groen en rood of groen en paars gekleurde bloemen, omringd door groene of paarse cirkeltjes. Dezelfde cirkeltjes vormen in driehoeken verdeelde ruiten. Posso.

L. 90, br. 66,5 CM.

1926/333. Als voren, doch het patroon bestaat uit ronde, rood en groene bloemen, omgeven door roode en groene cirkeltjes en uit vierbladerige, paars, rood en groen gestreepte bloemen. M.

L. 127, br. 83 cM.

1926/318. Als voren, doch door roode lijnen in met roode en paarse driehoeken gevulde vierkanten met groene diagonalen verdeeld. Het hoofd (kapala) met eene rij roode, groene of paarse, met ruiten gevulde driehoeken, door drie rijen ruiten tusschen roode lijnen van het lichaam (badan) gescheiden. M.

L» 136, br. 103 cM.

1926/319. Als voren, doch versierd met ronde, paarse bloemen, met rood en zwarten kelk, vierbladerige, rood, wit en zwart gekleurde bloemen, zevenbladerige, roode bloemen, roode ruiten met hoornvormige uitsteeksels aan de vier hoeken (gestileerde buffelkoppen) eri vijfpuntige sterren. Koelawi.

L. 131,5, br. 94 cM.

li Vel. Adriani en Kruyt, Geklopte boomschors, 8—9.

2) M. N. Z. G. XXXVIII, 200, XL, 146, 159- — T. I. T. L. Vk. XXXV, 25. — Adriani en Kruyt, De Bare'e-sprekende Toradja's, I, 291, LT, 224.

3) Adriani en Kruyt, Geklopte boomsckors, 8, 9.

Sluiten