Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1926/320. Pronksarong, als voren, doch versierd met ruiten, gevormd door roode lijnen met groene kruisen aan de snijpunten, roode cirkels met groene en roode middellijnen, rood gestreepte, gehoornde figuren (gestileerde buffelkoppen) met groene omtrekken en groepen van vier paarse om een rooden cirkel. Koelawi. .

L. 98, br. 88 cM.

1926/321. Als voren, doch met roode, groene en zwarte figuren: vierbladerige bloemen, vier- en negenpuntige sterren en ruiten met hoornvormige uitsteeksels, omgeven door roode stippen (buffeloogen), versierd. Posso.

Br. 125,5, b. 117 cM.

1456/67. Als voren*), doch door rood, paars en geel gestreepte banden langs de randen en over de hoogte in vierkanten verdeeld en hierin vierpuntige sterren met een kruis overdwars, waaraan ruitvormige punten, alles in paars, rose en geel met zwarte randen. Tolage.

H. 71, br. (dubbel gevouwen): 141 cM.

1232/94. Saloedende8), als voren, doch door een horizontale en een aantal verticale, roode lijnen in een aantal rechthoeken verdeeld. In elk dier rechthoeken een gele ruit, door eene donkerroode omgeven, beide met een witten rand met zwarte streepjes en een roode, aan weerskanten hoornvormig uitloopende lijn met zwarte, hoornvormige uitsteeksels aan weerskanten en een ruit in het midden. Ook de ruiten met roode horens aan de uiteinden en zwarte horens aan de middenhoeken. Toradja's.

L. 136, h. 91 cM.

1232/96. Saloedende8), als voren, doch met roode, gele en groene figuren beschilderd, door breede, beschilderde banden in witte banen verdeeld. De breede banden versierd met zwart gestreepte rechthoeken en torvormige figuren en bestaande uit twee verschillend gekleurde parallelogrammen, omlijst door een witten rand met zwarte streepjes. Op ongeveer de helft van de vier zijden heeft deze figuur een pootvormig uitsteeksel. De breede, witte banen versierd met twee torvormige figuren en vierbladerige bloemen. Om de sarong een rand van aaneensluitende vierkantjes, verdeeld in langwerpige rechthoekjes of in driehoekjes. Hieromheen een breede rand van roode, witte en gele, verticale strepen. Toradja's.

H. 82, 1. 114 cM.

1926/334. Als voren, doch het patroon bestaat uit ronde, rood en groene bloemen, omgeven door roode cirkels en achtpuntige, groene sterren met een rooden cirkel als kern, omgeven door kleine, roode cirkels. Koelawi.

H. 77, br. 114 cM.

1372/4. Slaapsarong (?)4), als voren, doch het patroon bestaat uit groote, paarse vlekken, onregelmatige, roode, paarse en blauwe strepen, enkele roode strepen met pijlpunten en regelmatige, roode, stralende zonnen. Posso.

Br. (dubbel gevouwen): 157, h. 115 cM.

1926/330. Als voren, doch het patroon bestaat uit ronde, roode bloemen met zwarten omtrek en kelk, omgeven door zwarte cirkeltjes en gescheiden door roode rechthoeken. Posso.

H. 115,5, br. 125 cM.

1926/322. Als voren, doch het patroon bestaat uitsluitend uit ronde, roode bloemen, omgeven door zwarte cirkeltjes met roode omtrekken. M. H. 97, br. 134,5 cM.

1) Vgl. Adriani en Kruyt, Geklofte boomsckors, 8. — Meyer und Richter, Celebes, I, p. 57, n°. 645 met pl. XV, fig. 2.

2) Af. N. Z. G. XL, 146. — T. I. T. L. Vk. XXXV, 25. — Adriani en Kruyt, Geklofte boomschors, 9.

3) Af. N. Z. G. XXXVin, 200, XL, 159.

4) Vgl. Adriani en Kruyt, Geklofte boomschors, 8 en 9.

Sluiten