Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1008/15 1)- Als voren (lipa sabe wenampoelawè'ng3), doch lichtrood en paars geruit op donkerrooden grond. De kapala met vijf breede en vijf smalle langsstrepen van gouddraad door lichtroode en paarse strepen rechthoekig gekruist. Paloe-baai.

L. (dubbel) 432, br. 71 cM.

f. Broeken3).

1710/71. Broek (sepa, sorara of sabenga), van geweven, wit katoen (pondan), zeer stevig, met korte pijpen; onder den bovenhand en onder aan de pijpen aan de binnenzijde een stuk rood en blauw gestreept katoen. Als treksnoer een zeer stevig, van wit katoen gevlochten wit koord. — Vrouwenarbeid, mannendracht van een Toradja uit Rante Pau.

Br. 42, L 55 cM.

g. Billappen.

776/49. Billap (palape4), van een stuk huid van den Celebes-buïïcl (Anoa depressicornis) met staartje aan het ondereinde. De haren geheel verdwenen. — Met het haar naar buiten gedragen. Tomini-bocht.

L. 63, br. 32 cM.

1300/30^. Bil mat6), als voren, van de harige huid van een jongen buffel; rechthoekig, de hoeken van een der korte einden afgerond, het andere ojiefvormig bijgesneden; de lange zijden uitgeschulpt. Toradja's.

L. 59, br. 26 cM.

1300/30^. Als voren, doch van geitenvel, schildvormig, het smalle einde omgebogen en voorzien van een latje, waaraan met knoopen twee lussen van touw zijn bevestigd. — Tot bedekking der parfes posteriores. Toradja's.

L. 42, br. 21—25 cM.

1456/26. Bilschort6), van het vel van een gemsbuffel (Anoa depressicornis), langwerpig rond, het ondereinde met staart, het boveneinde naar buiten omgeslagen. Door het omgeslagen stuk en den bovenrand is een touw gestoken, met knoopen bevestigd en hieraan geregen een stuk van hetzelfde vel in den vorm van acht samenhangende ovalen. — Wordt met de haarzijde tegen de partes posteriores gedragen. To Bada.

H. 45, br. 29 cM.

1300/300. Bil mat, van diagonaal gevlochten, ongekleurde pandan-bladreepen; rechthoekig, aan een der korte einden de hoeken omgevouwen en met rood garen vastgenaaid; aan een dier hoeken een lus, aan het andere een touwtje. Toradja's.

L. 46, br. 20,5 cM.

1456/25. Als voren7), van ongekleurde, zigzagvormig gevlochten biezen(?); vlechtpatroon in twee richtingen. De lange zijden naar achteren toe omgevouwen, evenals de daartusschen liggende, korte zijde en met rood garen vastgenaaid. Door dit gedeelte is een koord geregen, om het matje om het middel te bevestigen. De eene zijde met zwart hars beschilderd, waardoor een ruitpatroon gevormd is. — Voor mannen en jongens. To Bada.

L. 36,5, br. 17 cM.

1) Cat Bat Tent. n°. 2020.

2) Matthes, Boeg. Wdb. 634, s. v. wSnnarig: „gouddraad".

3) Adriani en Kruyt, De Bare'e-sprekende Toradja's, II, 222. — Kaudern, I Celebes obygder, I, 246. 4) Kaudern, I Celebes obygder, II, 414, s. v.

5) Sarasin, Reisen in Celebes, I, 261.

6) Sarasin, Reisen in Celebes, II, p. 105, fig. 40, de tweede persoon van links. — Meyer und Richter, Celebes, I, p. 59, n°. 340 met pl. XIV, fig. 25.

7) Vgl. Meyer und Richter, Celebes, I, pl. XIV, fig. 24, pl. XIX, fig. 13. — Sarasin, Reisen in Celebes, I, 261.

Sluiten