Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

REGISTER DER INLANDSCHE NAMEN.

[Bad. = Badasch, Bangg. = Banggaaisch, Bar. = Bare'e, Boeg. = Boegineesch, Boengk. = Boengkoesch, Boet. = Boetonsch, Gor. = Gorontalosch, Jav. = Javaansch, Kaili = Kailisch, L Jav. = laag Javaansch, 1. Mal. = laag Maleisch, Mak. == Makassaarsch, Mal. = Maleisch, Men.-Mal. = Menadosch-Maleisch, Sad. = Sadaagsch, Sal. = Saleiersch, Skr. = Sankrt, Tomb. = Tomboeloesch].

A.

adidi (soort van duivelbanner), Mak., 70, ft. adidi wara (soort van duivelbanner van Wara), Boeg., 70.

adjoe takala (vorm van een krisgreep), Boeg.,38.

adoepa-doepang (wierookvat), Boeg., 63, 75.

akasa (buikgordel), Mak., 64.

ale (buikband), Bar., 122.

aio (verhinderen), Mak., 67.

aloe (Buceros), Mak., 67.

alosoe (soort van duivelbanner), Boeg., 71, 72.

ama pasoesoe bara kamboe (hoofdzoogmoeder),

Mak., 51. amara (soort van hout), Bar., 104. amboelea (vrouwenbaadje), Bar., 144. ana batjing (soort van duivelverdrijver), Mak.,

5*» 73-

ana batjing lae-lae (soort van duivelbanner),

Mak., 73. anakaraeng (prinses), Mak., 51. anammi [anëmi] (soort van goudgeel Loewoesch

gras), Mak., 92, 107. anjam gila (drierichtingssysteem), Mal., 80. anjarang (paard, boer i/h kaartspel), Mak., 61. anrong (moeder, bakje), Mak., 60. anrong goeroe (leermeester, hoofd), Mak., 50. aroempigi (soort van duivelbanner), Boeg., 71. atap (dakbedekking), Mal., 50, 51, 53.

B.

badan (lichaam), Jav., 146.

badi-badi (dolk), Mak., 28—32.

badi goeroe (priesterdolk), Mak., 75.

badjoe bodo (kort baadje), Mak., 40, 49, 50.

badjoe edja (rood baadje), Mak., 48. badjoe gadoe (hofkleed), Mak., 37. badjoe lalang (onderbaadje), Mak., 47. badjoe rante (maliënkolder), Mak., 36. badjoe salang (soort van baadje), Mak., 39. badjoe soso (soort van baadje met knoopjes), Mak., 39.

bagore (Caesalpina Bonducella), Mak., 61.

baïne (vrouwelijk), Mak., 75*

bako-bako (sirihmandje), Bar., 105.

bakoe kanre maoedoe (rijstmandje bij het Moeloedfeest gebruikt), Mak., 76.

bakoe karaeng (soort van mandje, groep mandjes), Mak., 47, 51, 62.

bakoe pabale (medicijndoos), Mak., j6.

banena (dikste deel v/e trom), Mak., 54.

bangkara taroroe (hangend oorsieraad), Mak., 48, 49-

bangkara tarowe (soort van oorknoppen), Mak., 40.

banrangang (naam v/e versiering), Mak., 9, IO, 12.

bara-bara (band), Mak., 47.

baroega (woning), Mak., 52.

basi sanresang (vorstelijke lans), Mak., 44.

basing-basing (fluitje), Mak., 55.

bate anakaraeng (prins die een apanage bestuurt), Mak., 50.

bate-bate (gordelknoop), Mak., 47, 48.

batoe laga atitillkang (schelp voor de geneesmiddelen, waarmede men medicinale stippen zet), Boeg., 77.

batoe marigape (mica of figuren daaronder?), Bangg., 89.

bida (lapje), Boet., 91.

biloe (vaartuig), Mak., 43, 44.

Sluiten