Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

K.

kadjawo (schelp), Mak., 67.

kado anjala (gescheiden rijst), Mak., $2.

kado kapara (rijst op een metalen schenkblad), Mak., 52.

kadoe (sirihzak), Boengk., 81.

kai (rand), Mak., 47—50.

kaïn (vrouwenrok), Mal., 89.

kajoe (klaveren i/h kaartspel), Sal., 61.

kajoe boejang (soort van boom), Mal., 145.

kajoe pèlèt (gevlekte houtsoort), Jav., 19.

kalaroe (armband), Boeg., 49.

kalewa (vrouwenbaadje), Bar., 142.

kalewang (staatsiezwaard), Mak., 43.

kalewang (sabel van een Weefgetouw), Boeg.,72.

kalobang (gat, kuil), Mak., 61.

kalobe (flesch van kalebas), Bar., 103.

kalomping (sirihblad), Mak., 64.

kampalang (galakostuum), Boeg., 38.

kampoe(w)a (lapje, als munt gebruikt), Boetob., 91.

kandjai (lans), Mak-, ii.

kandjoli (soort van licht). Mak., 62, 67.

kanta (schild), Bar., 96.

kantjing (soort van duivelbanner), Mak., 73.

kapala (hoofd), Mal., 146, 148, 149.

kapipi (sirihmand), Bar., 106, 109.

karaba (vrouwenbaadje van boomschors), Bar., *4', 143-

karada (werplans), Boengk., 93.

karandji (etensmand), Bar., too.

karape (patroontasch), Mak., 35.

karoro (een stof, die vervaardigd wordt van de draden of vezels i/h blad v/d kóewala), Mak., 44.

kasoea (slaapsarong), Bar., 145.

katjapi (gitaar), Boeg., 57*

katoa (kom), Bar., 105.

këmbang katjang (krul aan een krislemmet),

Jav., 18, 22—25, 42, 43. keso-keso (viool), Mak., 56. këtoepat (met rijst gevulde peperhuisjes), Mal.,

44.

koeal (Corypha Gebanga BI.), Mal., 87. koemoe (slaapsarong), Bar., 148. koemoe pasoea (slaapsarong), Bar., 145. koepasa (harten i/h kaartspel), Sal., 61. koera (kookpot), Bar., 104. koeri (soort van steen),?, 64. koeroengang (kooi), Mak., 60. koeskoes (Phalanger ursinus Temm.), Mal., 125. koetika (tijdrekeningstafel, wichelkalender), Jav., 3a, 33, 76.

koetoe-koetoe (versiersel, luis), Mak., 48. kongkame (soort van vrucht), Bar., 117, 120.

L.

lading pasoena (mesje voor de circumcisie), Male, 64.

lagoeni (soort van duivelbanner), Mak., 73. lajang-lajang (vlieger), Mak., 61. lala (soort verfstof), Boeton., 86. lalanga (voetstuk), Bar., 101. lalaoe (kris), Mak., 21.

lalaoe kantji kalena (kris met zeven bochten),

Boeg., 49laloeng (verhemelte), Boeg.?, 51. lamba doendoe (soort van hanespoor), Mak., 60. lamba lada (soort van hanespoor), Mak., 60. lamba lima [kantji kalena] (lemmet met vijf

bochten), Mak. en Boeg., 22, 40, 48. lamba oegi (soort van hanespoor), Mak., 60. lamba sele (soort van hanespoor), Mak., 60. lamba talloe (lemmet met drie bochten), Boeg.,

38-

lamba toe Gowa (soort van hanespoor), Mak., 60.

lambe gadjah (olifantenlip, uitsteeksel v/e krislemmet), 1. Jav., 18, 81—23, 25, 42.

lambe liman (uitsteeksel v/e krislemmet), Jav., 24.

lamena (krijgsharnas), Mak., 36. lamin rewata (soort van duivelbanner), Mak., 74-

lampa (etensmand), Kabaena, 80. lampa (rijstbord), Bar., 100. langke (geelkoperen beenring), Bar., 122. lantjoe (vuurpijl), Mak., 45, 70. lawolo (kooi), Boeg., 74. lelangi (silarpalm), Bar., 109. lemba (vrouwenbaadje van foeja), Bar., 141 — 144.

lemba ralimbi (vrouwenbaadje in /imèi-sap gedrenkt), Bar., 142.

lemo pakasoemba (soort limoen met knobbels), Mak., 64.

lengoe (schild), Mak., 35.

lengoe bodong (rond schild), Mak., 35.

lepa-lepa palewai sewali (vaartuig met een uitlegger aan ééne zijde), Mak., 44.

limbi (soort van plant), Bar., 142.

limoero (vrouwenbaadje), Gor?., 143.

lipa alang (soort van sarong), Boeg., 40.

lipa loewoe (sarong van Loewoe), Boeg., 148.

lipa sabe (zijden sarong), Boeg., 148.

lipa sabe wënampoelawëng (zijden sarong met gouddraad versierd), Boeg., 149.

Sluiten