Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

loeloe (afdrogen), Mak., 39.

logo (soort spel), Mak., 61.

lola (polsring), Boeg., 49.

londjo (filtreer), Mak., 52.

lontar (Borassus flabellifer L.), Mal., 87.

loso-loso (knots), Mak? Boeg?, 34.

M.

maili (talisman), Mak., 65, 67.

mangga (mangifera indica L.), 1. Mal., 30.

manoe koeroeda (vogel garoeda), Boeg., 74.

manoe-manoe (vogelvormig mandje), Boeg., 62.

manoe-manoe tjakeroe-eroe (soort van duivelbanner), Boeg., 69.

mëlati (Jasminum Sambac Ait), Jav., 48.

mëngkoedoe (Morinda tinctoria Rozb.), Mal., 122.

mesang (grafteeken), Mak., 64. moesala (bidkleedje), Mak., 76.

N.

naga (slang), Skr., 44.

ni paemoe (laten aflikken; ceremonie v/h toedienen van het eerste vaste voedsel aan een vorstelijk kind), Mak., 51, 64.

nipah (Nipa fruticans Wurmb.), Mal., 69,123.

noenoe (Urostigma sp.), Bar., 145.

nontjoe (rijstblok), Bar., 104.

O.

odja (soort van duivelbanner), Mak., 51, 69 —7i-

odja tikaroeng (soort van duivelbanner), Mak., 70.

oeloena (bovenzijde), Mak., 54. oenga-oenga sigara (haarversiering van kralen), Boeg., 49.

oenga-oenga simpolong (haarversiering van

bloemen), Boeg., 40, 49. oepa (geluk), Mak., 69.

okota (mandje waarin een aarden pot wordt gezet), Bar., 101.

oloewoe (halssnoer van gevlochten menschenhaar), Bar., 120.

omi (soort van kaartspel), Mak., 61.

ondoeo (hoed), Kaili, 123.

P.

pabakang (gordel, band), Boeg., 39, 49. pabembeng (vrouw die het eten opbrengt),

Mak., 50—52. pabisa sinroe (vrouw, die lepels wascht), Mak.,

52.

pabisang sinroe (spoelkom voor lepels), Mak., 52.

pabitjara (raadsheer), Boeg., 38. pada mora'a (vertakte grasstengels), Bar., 106. padja (rijstmandje), Mak., 52. padja (etensmand), Bar., 100. padjaga (wachter), Mak., 51. padjaga tai bani (bewaakster van waskaarsen), Mak., 51.

padjala (visschersprauw met één mast), Mak.,44.

padjana (onderzijde), Mak. 54.

padjoge (dansmeid), Mak., 58.

padoeka setaug (soort duivelbanner), Boeg., 71.

padoepang (wierookvaatje), Mak., 62, 63, 76.

paerang ana batjing (iemand die een bezweringstoestel tegen booze geesten draagt), Mak., 51.

paerang bakoe karaeng (bediende die een soort van mandje met rijst gevuld draagt), Mak.,51.

paerang bandera (kinderen, die kleine vlaggetjes vasthouden), Mak., 51.

paerang bente (bediende die een soort van bezweringsmiddel draagt), Mak., 51.

paerang boendoe (persoon die een soort van bezweringsmiddel draagt), Mak., 52.

paerang boenting (geleidster v. h. bruidspaar), Mak., 50.

paerang djoedjoe (iemand die een lont vasthoudt), Mak., 51.

paerang kandjoli (iemand die kaarsen draagt), Mak., 52.

paerang kantjing (iemand die een bekken om booze geesten te bezweren draagt), Mak., 51.

paerang pabongka setang paramatang (iemand die een soort van bezweringsmiddelen vasthoudt), Mak., 51.

paerang padja (drager van een mandje), Mak.,52.

paerang palekokang (iemand die een koperen bak draagt), Mak., 52.

paerang palekokang paloeloe (drager van het schenkblad met lapjes om de vingers af te vegen), Mak., 52.

paerang panoemboeng (persoon die een napje en een zeefje draagt), Mak., 52.

paerang papiroewang (spuwbakdrager), Mak., 52.

paerang patitikvng (bediende die de benoodigdheden voor het aanbrengen van medicinale stippen draagt), Mak., 51.

paerang sinroe sijagang lemo (persoon die lepels en limoenen draagt), Mak., 52.

paerang sisinriwoe (personen die een soort bezweringstoestel dragen), Mak., 51.

pagalatjangang (soort spel), Mak., 60.

Sluiten