Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

takoe (n)teoela (kalkkokertje), Bar., II7. takoe rewoe (soort van vrucht), Bad., 120. talako (bidkleed), Mak., 76. tali (hoofdring), Bar., 128, 129. tali banang (buikgordel), Mak., 47. tali banang (krisband), Boeg., 49. tali bonto (soort van hoofdring), Bar., 126— 128.

tali wombo (soort van vrouwenbaadje), Bar., 143. tali yoega (soort duivelbanner), Boeg., 69. t'alo tali (soort van duivelbanner), Boeg., 72. tamberang (banden van bindrotan om een

trom), Mak., 54. tangarang (Bissoe-instrument), Boeg., 75. taoe detjeng (aanzienlijk persoon), Boeg., 39. tapi (wan), Bar., 101, 102. tapi ri pando (naam v/e krisscheede), Boeg., 38. tapong (staatsierok, MMd\ Boeg., 38, 39. tasabe (rozenkrans), Mak., J6. tata rapang (soort van kris met vergulde scheede

en greep), Mak., 39, 47, 49. tata rapëng (soort van kris met vergulde scheede

en greep), Boeg., 48. tawa-tawa (gong), Mak., 44. tea (Artocarpus Blumei), Bar., 141. tidjaroe (lans), Mak., 9. tinangke (hakmes), Boeg., Jl. tioe (Cyperus Malaccensis lam.), Bar., 109. tjakole (dekseltje), Mak., 62. tjere (waterketel), Mak., 5'* tjintjing (ring, vinger-), Mak., 39, 40, 47. tjipp (hoofddoek), Boeg., 38. tjitjikole (dekseltje), Boeg., 62.

tjoeriga (mes), Boeg., 72.

toba (sirihdoos), Boeton., 81.

tobang djangang (mand om een haan in te

dragen), Mak., 60. toe mailalang malolo (tweede rijksbestierder),

Mak., 50.

toe mailalang matowa (eerste rijksbestierder), Mak., 50.

toedangang djoedjoe maradja (sport van duivelbanner), Boeg., 70. toemba (lans), Boeg., 2. toga (armband van hoorn), Bar., 121. tole (Fandanussoort), Bar., 105, 106. toloe (hoed), Men. Mal., 123. tongka (tabakskoker), Bar., 118. tongko-tongko (dobbelspel), Mak., 61. tope (rok), Mak., 40, 47—50. tope [i] lalang (broek), Mak., 40, 48, 50. topi (vrouwensarong), Bar. ?, 145. toroe (hoed), Bar., 123.

totoio (instrument om misdadigers mede te binden), Mak., 45.

W.

wadjoe rawang (doorschijnd baadje), Boeg., 40. wadjoe satting (satijnen baadje), Boeg., 39. wadjoe soso (soort van baadje dat tot over de

knieën rijkt, met lange mouwen), Boeg.,

38, 49-

wajang (schimmentooneel), Jav., 43.

walida (sabel van een weefgetouw), Boeg., 72.

wando (gek), Bar., 100.

watoetoe (sirihzak), Bar., 110, 113—115.

Sluiten