Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

datgene te; behouden, wat vorige geslachten ons in stedenaanleg en landelijke architectuur, in bebossching en beplanting hebben nagelaten. Een levendige begeerte naar nieuwe schoonheid van eigen tijd mag ons niet de oogen doen sluiten voor wat behoed of behouden werd, want ook wij hebben als kernspreuk Goethe's woorden te aanvaarden: „Was du ererbt von deinen Vatern hast, erwirb es, um es zu besitzen."

Want al is er veel, dat we thans gesteund door de nieuwe materialen en de omvangrijke technische hulpmiddelen beter en logischer, misschien ook schooner kunnen scheppen, toch mogen we allerminst op de eeuwen, die voorbijgingen minachtend neerzien. Het bewustzijn, dat we ons verheffen op wat vorige cultuurperioden als goede fundamenten hebben gelegd in moeizamen arbeid, en de vaak beschamende herinnering aan dat wat ook in de allernieuwste tijden, als aesthetische mislukking te aanschouwen is, zullen ons voor hoogmoed zeker bewaren. Laten wij dus vóór alles het werk waardeeren van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond, met de gewestelijke Archeologische Commissies, van de „Rijkscommissie tot Beschrijving der Monumenten van Geschiedenis en Kunst", der plaatselijke oudheidkundige genootschappen, der locale oudheidkamers en last but not least van de vereenigingen tot bevordering van het vreemdelingenverkeer, den Toeristenbond van Nederland en den Bond Heemschut.

Doch starre behoudzucht, welke een afkeer zou kweeken voor het nieuwe en komende, zij allerminst in onze vaan geschreven. Men diene zich verre te houden van een overgave aan dat wat de modernen wel eens smalend hebben betiteld met „antiquarisme". Terecht zegt de moderne architect Jan Gratama ergens, dat „Heemschut en haar streven daardoor zouden dreigen te worden de ontkenning van onze eigen macht."

Ik voor mij zou wenschen, dat de heemschutbeweging werd beschouwd als de kunstzinnige verbinding van het verleden door' het heden met de

Sluiten