Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-verkeer naar vermogen diende te steunen. Reeds ■ thans zou er meer dan één plaatsje binnen onze I grenspalen te noemen zijn, dat jarenlang aan de I vergetelheid prijsgegeven, plots „ontdekt" was en in E weinige jaren tijds door het vreemdelingenverkeer = en het gepropageerde buitenleven tot grooten bloei en welvaart is gekomen. Ik herinner hier maar aan de schildersdorpen Heeze en Nunspeet, aan Rijssen, dat in trek komt door zijn eenvoudige landhuiskes' «aan Roekan je, dat door de radio-actieve eigenschappen van zijn geneeskrachtig wondermeertje een toekomst als herstellingsoord en badplaats tegemoet gaat. Ja ik verwed er een lief ding om, dat zoo hier en daar nog menig vacantie-oord der toekomst wacht en dommelt in het altijd nog verbazend uitgestrekte r „terra incognita" binnen onze heusch niet zoo heel |€ng getrokken rood-wit-blauwe grenzen.

Na de seizoennoviteit van 19J7 — de Jan Pieterszoon Coen als drijvend hotel in het-Noordzeekanaal — heeft 1918 ons de nieuwe badplaats „De IJzeren Man" bij Vught gebracht I

Als ik heel het terrein van het vreemdelingenverkeer overschouw, dan zie ik, dat het vooral ook de verkeerswegen en wandelpaden zijn, die voortdurend in verschillende deelen des lands veranderingen en verbeteringen ondergaan, welke van dikwijls zeer urgente beteekenis zijn voor het locale vreemdelingenverblijf, of voor het vaderlandsche rij- en wandeltoerisme in hét algemeen.

Daar het ver-verkeer in een normalen modernen pijd niet alleen meer lartgs de spoorwegen geschiedt welke hun net in de tweede helft der 19e eeuw over ons land hebben geweefd en kenners van het verkeer reeds bij de verschijning van de vrachtauto op onze straatwegen hebben voorspeld, dat ook de waterwegen in meer dan één streek zullen ontlast worden door den motor van een belangrijk percentage goederenvervoer, daar ligt het voor de hand, dat de oude Napoleontische heerbanen niet meer' kunnen voldoen aan het crescendo der verkeersbehoeften.

Sluiten