Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De juffrouw beklaagt zich bij een vriendin over de schandelijke straatjeugd, die een mensch niet met rust kan laten en de vriendin zegt: „mensch 't is met die vacantie gewoonweg verschrikkelijk".

En de heer, die in zijn waardigheid grof aangetast is, spitst thuisgekomen zijn pen Voor een raak ingezonden stuk onder den. indrukwekkenden titel „Barbaarsch Nederland" of onder het sarcastische opschrift: „Onze lieve straatjeugd." En hij eindigt zijn betoog met een ad rem zijnde variatie op het vaderlandsche lied: „Wij leven vrij", een jeugd-herinnering van den schrijflustigen mijnheer, waarin gesmaald wordt:

Wfj schelden vrij (bis)

Op Neêrlands dierb'ren grond

Den vrijen (!) medeburger uit

Voor alles wat gemeen beduidt

En slaan hem ook nog op zijn snuit

Op Neêrlands dierb'ren grond (bis).

Wij stelen vrij (bis)

Op Neêrlands dierb'ren grond

Wij rukken bloem en takken af

Naar 't voorbeeld, dat ons moeder gaf

En vader zegt — hij is niet laf —

Tot d'eig'naar: „Hou je mond" (bis).

Wij spuwen vrij (bis) Op Neêrlands dierb'ren grond Den vreemdeling op zijn overjas, Die naar de laatste mode was. Zijn kleederdracht komt niet te pas Op Neêrlands dierb'ren grond."

Maar de oorzaken opsporen van de dikwijls grenzenlooze baldadigheid der vaderlandsche jeugd en deze uit den weg ruimen? Zie, daartoe komen dergelijke „schrijver dezes" anoniemussen maar uiterst zelden.

Gewis, de tuchteloosheid van onze jeugd, van ons volk dient bestreden te worden en men heeft dan ook allerlei theorieën over snel recht, moraliseerend onderwijs, gezonde volksvermaken en sportbeoefening verkondigd, die echter alle niet beantwoordden aan

Sluiten