Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vrijen tijd oneconomisch verbruikt, omdat ze gaan, waar anderen — liefst duizenden — heen gaan, omdat ze de rust, die ze behoeven, nimmer vinden, terecht komen in nieuwe onrust. Want het „buiten zijn" moet iets anders wezen dan een louter conventioneel verblijven buiten de plaats zijner inwoning, dan het verplaatsen van het stadsleven in een drukbezochte „Sommerfrische", dan een verlaten van den eenen menschenkring en het opzoeken van een anderen ... Het buitenleven in ons Nederland tusschen gouden graanvelden en lachende heuvels, aan stille plassen en droomerige vennen kan de verjonging en de versterking schenken, die we in den eentonigen tredmolengang van het Alltags-leben zoo heel erg noodig hebben, het kan in ieder de ontvankelijkheid voor het schoone in de natuur en het landschap wekken, en ieder in het boek zijner reisherinneringen William Allingham's gevoelig vacantie-gedichtje doen schrijven:

„Pour ducks on a pond A grass-bank beyond A blue sky of spring White clouds on the wing What a little thing To remember for years To remember with tearsl"

Maar hoe betrekkelijk weinigen onzer vacantiemenschen kunnen dit getuigen!

Walter schetst den Zondagschen uittocht van de stad naar het land zeer treffend in: „Wild oft roh stürzt sich mancher Stadter, wenn er auf Stunden oder Tage den Mauern seiner stauberfüllten Zwingburg entronnen ist, auf die Natur, er fallt wie ein Barbar über den blühenden Baum, das prangende Kornfeld her urn sie zu plündern. Wehe, wenn sie losgelassen! Der Ausflug der Stadtbevölkerung aufs Land gleicht manchmal einen Verwüstungs- und Beutezug! Man kann dies bei der Starke des Kontrastes ja verstehen, dasz eine Art Naturtaumel — der Gegensatz der sinnigen Naturfreude — den Stadtmenschen erfaszt. Aber sehe sich

Sluiten