Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Wij gaan naar 't Berner Oberland

Lief vaderland vaarwel!

Met 'n tamelijk flink clubje, want —

Het kost een bagatel!

Ja wanneer zal ik u weer zien?

Over een dag of zes misschien

Met bruin geblakerd vel."

Ook dacht deze N. R. V. poëet, dat het wel wat aardig zou klinken als de hooge Alpen van Wilhelm Tell's Heimatland duizendvoudig weerschalden van den opgetogen uitroep der 264 genietende Nederlanders:

Wat is het fijn Op reis te zijn!

... Op de wijze — God vergeve het hem — Wacht am Rhein!-„Waarlijk" zegt Moresco, ik zou dat alles in stilte gedragen hebben — ben ik geen "Hollander en was ik niet meer dan eens gast op burgerbruiloften? — wanneer ik geen vreemdelingen had gezien, turende op de gedichten en inlichtingen vragend aan een onzer reisgenooten."

Soortgelijke psychologische studies kan men ook ieder jaar in Valkenburg en omgeving maken. Tijdens mijn verblijf deed een liedje over „Mooi-Holland", dat werkelijk zekere qualiteiten had, doch algemeen werd aangeduid als „het rooie versje" omdat het op een bessensapkleurig papiertje was gedrukt, al wat zingen kon van den vroegen morgen tot den laten avond, nu ja laat ik het maar euphemistisch noemen „zingen". Nu zal ik me ër wel voor wachten om een enkele schrede te doen op het terrein der discussie over de vraag in hoeverre het te loven is, dat volksvereenigingen hun uiterste best doen den Nederlandschen volkszang op hooger peil te brengen... Voor mij staat vast, dat zulk een uit alle oorden des lands bijeengekomen heterogeen reisgezelschap (dat in de eerste plaats komt om te genieten van natuurT en stedenschoon en eerst in de n'de om te zingen)

Sluiten