Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TIENDE HOOFDSTUK.

LANDSCHAPSCHOON EN DE STUDIE DER LEVENDE NATUUR.

Nu dan eindelijk ons land — o lichtzijde van den gruwelijken wereldoorlog als toeristisch dorado de waardeering zijner bewoners niet meer onthouden wordt, dienen wij er ook angstvallig voor te waken, dat het „Aangezicht des Lands" steeds zoo vriendelijk mogelijk blijft. In de talrijke en uiteenloopende pogingen, die locale en algemeene verkeersvereenigingen doen om dit sympathieke doel zooveel mogefM te bereiken, moeten allen samenwerken in den gemeenschappelijk ondernomen arbeid, welke aaneensluiting zoekt met de zegenrijke actie onzer ijverige „Vereeniging tot Behoud van Natuurmonumenten in Nederland-", een organisatie, die in de twaalf jaar van haar bestaan (zij werd opgericht 22 April 1905) veel meer tot stand heeft gebracht dan het betrekkelijk geringe ledental van drie en een half duizend zou doen vermoeden. Al is het ook wat laat — gingen niet het Beekbergerwoud als „oerbosch" en de Wildenborch als zeldzaam „boomenmonument" verloren ? — men heeft eindelijk ingezien ook ten onzent, dat paal en perk gesteld dient te worden aan een onoordeelkundig en op den duur schadelijke revolutiebebouwine van het land. 6

Evenals verschillende steden en gemeenten hun schoonheidscommissies hebben, wier taak het is toezicht te houden op de architectuur en algeheele stadsuitbreiding, moet er in de naaste toekomst leiding en macht gegeven worden aan een centraal lichaam,

Sluiten