Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ontwikkeld vereenigingswezen, hebben de natuurvrienden aller landen zich aaneengesloten onder Schiller's motto:

„Drum einf zu ihrem schönsten Glück

Des Schwarmers Ernst mit Weltmans Bliek."

en kon Clio's gouden stift als een der verblijdenste verschijnselen in de beschavingsgeschiedenis der volkeren opteekenen, dat in het eerste decennium der 20ste eeuw de „bescherming der natuur" een internationale volkszaak werd.

Hoewel het misschien voor den materialistischen mensch ideaal mag zijn zich burger te weten van gemeente, gewest of land, waarin geen enkele H.A. woeste grond, geen waardelooze poel of plas, geen heide, veen of rustelooze zandverstuiving „renteloos" ligt, volgden toch velen met een angstig oog de snelheid, waarmede de cultuur voortschreed. Terecht vreesden de natuurvrienden, dat de economische practicus geen rekening zou houden met landschapsschoonheid en landschapspoëzie, waardoor deze beide verloren moesten gaan in streken, waar al het menschelijk kunnen gericht werd op het productief maken van iederen vierkanten Meter grond en wellicht niemand zou denken aan wat Montaigne zoo treffend heeft neergelegd in: "Let us a little permit Nature to take her own way, she better understands her own affairs than we."

Toen dergelijke stemmen zich al krachtiger verhieven, werd de zaak der natuurbescherming internationaal ter hand genomen, met het waarlijk onverwacht schitterend resultaat, dat thans in bijna alle landen van de wereld groote en kleine natuurgedenkteekens worden aangetroffen, d. w. z. dat aan de voortschrijdende cultuur zijn onttrokken: in de vrije natuur aanwezige landschappen, levensgenootschappen, dieren, planten en delfstoffen, welke vroeger algemeen, thans een zekeren graad van zeldzaamheid hebben bereikt.

Sluiten