Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

□ ELFDE HOOFDSTUK. □

PARTICULIER INITIATIEF EN NATUURBESCHERMING.

De veronderstelling, dat de menschelijke ziel in de dagen der rariteitenkabinetten en natuurhistorische verzamelingen ongeroerd is gebleven voor de grootschheid en oneindige schoonheid van het vaderlandsche landschap, wordt niet weinig versterkt door. vQrigeeuwsche aardrijkskundige beschrijvingen, die wèl lange lijsten geven van geestelijke herders, opsommingen doen van watervloeden, branden en terechtstellingen, doch die ons alle dichterlijke en schilderende natuürbeschriivineen onthouden. Misschien maer er al

eens' gesproken worden over een bosch, dat prachtig I

brandhout leverde; over net ondergaan van natuurstemmingen en landschap-gewaarwordingen lezen we niets. Dit merkwaardig verschijnsel heeft ook Alexander von Humboldt getroffen, die van Zwitserland getuigde: „Van de altijddurende sneeuw der alpen, wanneer zij zich des morgens of des avonds met een roode tint vertoont, van de schoonheid van het blauwe gletscherijs, van de grootsche natuur in het Zwitser^ sche landschap is geen beschrijving uit de oudheid tot ons gekomen en toch gingen onafgebroken staatslieden, legerhoofden, met in hun gevolg geletterden door Helvetie naar Gallië. Al deze reizigers weten slechts over de onbegaanbare of gevaarlijke wegen te klagen: het romantische der natuurtooneelen hield hen minder bezig. Het is zelfs bekend, dat Julius Caesar, toen hij met zijn legioenen naar Gallië terugkeerde, den tijd besteedde om gedurende den overtocht

Sluiten