Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

angstvallig worden geheimgehouden, daar zegt één enkele oogopslag op het kaartje van „Ons Dinkefland", dat op Smgraven de maagdepalm en de zevenster er den boschbodem tooien, dat aan den Omduikel het zeldzame steenanjertje voorkomt, terwijl hier evenals op meer plaatsen in Denekamps omstreken het breukkruid, de gentiaan en de arnica den plantenliefhebber j tot stilstaan brengen. Och Bernink bouwt op zijn lijfspreuk en die van zijn prachtig volksmuseum: „Natura Docet" en hij zou niet graag wat schoons alleen voor zich zelve genieten, hij zou niet door zijn Dinkelland kunnen wandelen als hij niet kon „de lucht, de. zon, en waar ze op schijnt aan u toonen". En het resultaat van die altruïstische openhartigheid?

Ik vond den mooisten lof, dien men Bernink zou kunnen geven in een wekelijksch artikeltje, dat Dr. J. geschreven heeft over „De boschflora" te Denekampj^ vopr de „Prov. Overijselsche en Zwolsche Courant", dat besloten wordt met: i „Dank zij den invloed van den heer Bernink en zijn Museum hebben de inwoners van Denekamp en omgeving ook eerbied gekregen voor de bizondere' flora om hen heen en kost het niet zooveel moeite hen te overtuigen van de noodzakelijkheid de zeld-f.', zame planten te sparen. De Zevenster, die prachtig bloeide op een plaats, waar een boer aan het plaggea| steken was, kon door Bernink gered worden van den ondergang."

Maar Bernink deed meer! Hij schonk door zijn onvermoeid werken Denekamp een locaal museum, dat de belangstelling heeft weten te trekken van geleerde en Teek, van toerist en natuurvriend, dat een unicum is in den lande en binnenkort weer aanmerkelijk uitgebreid zal worden. Bernink heeft kans gezien met zeer bescheiden middelen een stichting in het leven te roepen, die thans alleen reeds de reis naar Denekamp waard is, een natuurhistorisch museum, dat ook een boeiende taal spreekt tot de inwoners van Twente, tot de aan hun grond verknochte „Tukkers".

Sluiten