Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lid van verfraaiingsgenootschappen of plaatsqSJke vereenigingén tot bevordering van het vreemdelingenverkeer. Ik schreef dan:

„Eerst voor een paar jaar heeft de geest van het vreemdelingenverkeer-bevorderen enthousiaste keiverèerders er toegebracht met opoffering van groote kosten en veel inspanning deze stille getuige uit een ver verleden een 500 Meter te verplaatsen om als „Winterswijksche kei" — geheven op een heuveltje van kiezelsteentjes met marmeren gedenkplaten — te laten paradeeren als groote landschapsattractie. De Winterswijksche keientrekkers hebben er net als in Moerkerkens verhaal van Boersinks Hunebed in Aarloo een ellipsvormig perkje geraniums om geplant, afgezet met grauwblauwe cementen paaltjes, waarvan verschillende bij mijn bezoek door baldigheid vernield waren. Zoo staat daar nu vlak bij de Rijksgrens een machtig granieten gedenkteeken, dat als een grootsche demonstratie van den ijstijd duizenden van jaren in onverwoestbaarheid de herinnering aan het vastelandijs levendig hield, wel wat vreemd en stug voor de eer hem door de keiverheerlijkers bewezen."

Voor deze „bezienswaardigheid van den eersten rang" heeft men in een nabijgelegen boerenwoning zelf een kostbaar boek voor keibezoekers aangelegd en des Zondags vormt de „kei" een wezenlijk doel van menig Winterswijksch wandelingetje. De kei zelf zou zich wél honderdmaal liever ver van die nieuwsgierige menschen wenschen, welke altijd maar weer zijn waarde taxeeren als weggruis, zijn 'gewicht op de K.G. af vaststelden op 12010 K.G. (die laatste 10 K.G. doen het!) en zijn volume bepaalden op 4.5 Kub. Meter. Maar hij zal er zich in moeten schikken voortaan versierd met het in mozaieksteentjes aangebrachte wapen van Winterswijk (een windhond) verheven te zijn in den rang van monument „ter herinnering aan de verharding der verbindingswegen Wöold-Miste-Duitsche grens ter lengte van 10 K.M." Want de moderne tijd schijnt zelfs de zwaarste in den grond verzonken keien in de uiterste uithoeken

Sluiten