Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ploeg, kunstmest, bodemwetenschap en den landbouwer, is de bodemproductiviteit zoo hoog mogelijk opgevoerd, wat natuurlijk niet alleen veranderingen heeft gebracht op economischf-sociaal gebied, doch tevens zijn stempel drukte op de physionomie van heele landstreken.

De natuurvrienden hebben daarbij in de Nederl. Heidemaatschappij, het Saatsboschbeheer, den Oranjebond van Orde, de Vereeniging voor Landkolonisatie tot Bevordering van Klein Grondbezit door Ontginning, lichamen te begroeten, die zulke met commercieele doeleinden aangelegde terreinen en boschaanplantingen niet uitsluitend en alleen beschouwen van streng zakelijk standpunt.

Vele boschaanplantingen onderscheiden zich dan ook loffelijk van de definitie welke ik eens gegeven vond van zulk een cultuurwoud, dat omschreven werd als „een verzameling van in lange rijen in het gelid staande houtopleverende, door boschwachters gedrilde boomrecruten, die er staan voor de nuttigheid en niets anders." Immers al is uit den aard der zaak de schoonheidsverzorging in een aanplanting ook ondergeschikt aan de Decjrijfseischen, toch kan bij het planten van.bosschen wel degelijk rekening gehouden worden met wat de Duitschers hebben genoemd „Forstasthetik". Immers in de eerste plaats kan men afwisseling in de bestanden brengen door het verschillende karakter der houtsoorten langs de wegen goed uit te laten komen. Ook de bedrijfsvorm kan van groote beteekenis voor het natuurschoon zijn. We behoeven slechts tegenover elkaar te stellen het hooghoutbedrijf en het hakhoutbedrijf, het thans zoo berucht geworden kaalsl&gbedrijf, waarbij in normale tijden de bestanden in opeenvolgende strooken worden gesloopt en het voor de natuurvrienden en het vreemdelingenverkeer ideale plenterbedrijf, waarbij door een voortdurende wisselbeplanting het devies: „Bosch blijve Bosch" hooggehouden wordt, en slechts plaatselijk of groepsgewijze stammen, die daarvoor den leeftijd bereikt hebben en als „rijp" hout .ook hun.

Sluiten