Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

O, we wilden den indruk van dien weilandentocht niet verzwakken door lang te blijven in de anders toch zoo lokkende Steegsche lustoorden en daarom j namen we een treintje, dat ons tegen tien uur weer bracht in Arnhem. Toen stond de hitte al in de straten, hing ze reeds loom over de pleinen, waren overal de blinden gesloten en de jaloezies neergelaten. Maar wij droegen in ons voort het beeld van de weiden, zooals die daar liggen langs de IJselboorden, waar evenals in Pallieters Netheland „de natuur voor niets of niemand iets van haar goedheid wil achterhouden en haar genietingen zoo maar voor 't pakken in de lucht hangen, waar al wat zij geeft gaat tot in het leven van de ziel."

„Dat is de goedheid der oude aarde, die zich telkens vernieuwt en door de menschen niet begrepen wordt, daar zij elders zoeken."

Daarom zeiden de philosophen: „Gaat tot de Natuur 1 Gaat tot de Natuur!"

Pallieter zegt het niet alleen, maar deed het ook en getuigde, toen hij met zijn voeten in de pary stond en 't parelend zonnespel aanschouwde: „Fillesoof zijn is ni schrijve, mor is leve!"

Mogen deze woorden worden begrepen, door allen die dit lezen, moge de vooringenomenheid voor de in cultuur-gebrachte landstreken van ons Nederland door de toeristen in de naaste toekomst niet meer gedeeld worden door hen, die tot taak zich stellen het binnenlandsche vreemdelingenverkeer te bevorderen. En moge dit hoofdstuk velen overtuigd hebben, dat niet overal de cultuur schade doet aan de schoonheid van het landschap, ja dat zij op vele plaatsen van ons land nieuwe schoonheid heeft gebracht en den grond wist te leggen tot een zich steeds meer ontwikkelend vreemdelingenverkeer, op plaatsen, die vroeger „in de wildernis" gelegen door. geen mensch werden opgezocht.

Sluiten