Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zomerverlof en de courant in onze dagen „als een goede moeder zorgend voor haar lezers, onder wier hoede de tot jonge groente gedijde zaden gestrooid zijn , in de duizend moestuinen en die als een zuinige huisvrouw over de schouders der keukenmeid spiedt, om haar te manen tot een goedkoop en smakelijk menu", zich niet mag onttrekken aan advies over naderende zomergenoegens. „Immers de courant moet" — zegt de Haagsche briefschrijver — „in haar lezerskring de overtuiging wekken, dat wij moeten planten en eten om ons lichaam goed te doen, maar reizen en trekken om voedsel te geven aan onzen naar schoonheid hunkerenden geest!"

In het nummer van de (Groene) Amsterdammer van 26 Augustus 1917, gaf Prof. Van Hamel in een hoofdartikel over „Schoonheid", geïnspireerd op de koele ontvangst van de in de Tweede Kamer aangenomen Nood-Boschwet, in ons behoudend College van niet-over-een-nacht-ijs-gaande senatoren:

„Maar laat ons dan tevens denken, dat het (volk) in de ellendige en uitsluitende zorg voor het stoffelijke naar beneden moet gaan. Dat het daarom meer dan ooit zaak blijft de waarde en de kracht op te houden van het schoone, het edele, het geestelijke. Dat hiermede het weerstandsvermogen op peil wordt gehouden en het gedachtenleven verlucht."

Hij schrijft dan als eindconclusie neer: „Dat er dus allerminst recht of reden is tot zulk een gortentellerig mokken tegen gemeenschapszorg voor de schoonheid als hier (in de Eerste Kamer) nu voor het natuurschoon wordt beproefd."

Lichamen als de A. N.V.V., Heemschut, Ver. tot Behoud van Natuurmonumenten, kunnen niet genoeg dankbaar zjjn, dat in Nederland de pers zoo krachtig medehelpt aan de algemeene verbreiding van goede en volksveredelende denkbeelden.

En al beschouwen de dagbladschrijvers zich meer als de dienaren van hun lezerskring dan wel als de onderdanen van de almachtige „Koningin der Aarde", zelfs de meest bescheiden journalist zal moeten toe-

Sluiten