Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geling van de ergste plunderingen van privaat wanbezit, tot het tegengaan van vandalisme en het behalen van enorme winsten ten nadeele van het algemeene welzijn, allerminst een wet, die een normale boschexploitatie zal tegenhouden of de grootgrondeigenaren in de rechtmatige uitoefening van hun eigendomsrecht wil aantasten.

Wij komen hier als in veel bij het buitenland achteraan, want schier ieder Europeesch land — zelfs het zeer houtrijke Zweden — heeft een boschwetgeving, welke boschvernieling tegengaat en verplichtingen dikwijls aan den exploitant stelt om de kaalgeslagen plekken weer op te bosschen. Het moge vertrouwen wekken, dat het wetsontwerp tot stand kwam in samenwerking met de Nederlandsche Boschbouwvereeniging en dat, hoe streng ook de artikelen luiden en hoe groot ook schijnbaar de ministerieele bevoegdheid is, de uitvoering zich zooveel mogelijk zal richten naar het Hollandsche volkskarakter. En dat de maatregelen, welke paal en perk zullen stellen aan het particulier kapwerk van bosschen en wegbeplantingen, reeds in den glorietijd van Hollands gouden eeuw toegejuicht werden, vinden wij bevestigd in „Buitenleven" van onzen toen meest gelezen volksdichter, Vader Cats, die de vraag stelde:

„Wie prijst er ooit een mensch, die oude bosschen velt En weder in de plaats geen jonge planten stelt?"

en daarop waarschuwend liet volgen:

„Want hadden over langh ons ouders niet geplant,. Wat zou doch Holland zijn als veen en ijdel zant?"

Dadelijk bij het in werking treden, van de Boschwet heeft de minister zich van de technische voorlichting verzekerd van het geschoolde personeel der Nederl. Heidemaatschappij en van het Staatsboschbeheer, van burgemeesters en van verschillende vereenigingen, w. o. de Vereeniging tot Behoud van Natuurmonumenten en den Toeristenbond van Nederland.

Sluiten