Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mógen nu de zeer vele „instellingen van maatschappelijk nut en stichtingen of vereenigingen, die de volkswelvaart en het volksgeluk opbouwen, maar welker draagkracht ontoereikend mocht zijn om al haar behoeften te torsen voor de verwezerrtnking van het plan der Nederlandsche boomaanplanting", moreeien en financieelen steun ontvangen van particulieren, zustervereenigen, officieele lichamen, stedelijke, provinciale en landsregeeringen, opdat door de Nederlandsche jeugd de aanplant begonnen kan worden

van ons nationale bosch. _

Met deze opwekking naa ik air nuoiu&iim. wmcn , sluiten, toen ik tijdens het afdrukken van het werk I kennis mocht nemen van een artikel, dat de heer I P. H. Burgers uit Oosterbeek geschreven heeft in de I Amsterdammer", Weekblad van Nederland. Daar in 1 dat betoog als 't ware een wijdere ontplooiing gegeven 1 ^wordt van de bebosschingsdenkbeelden, die ik hier 1 boven aangaf, en het getuigt van een spontaan zichi uitsprekenden geest, meen ik goed te doen door hierl zijn vaderlandsch initiatief te brengen uit de sfeefj van weekblad-actualiteit in die van dit boek, dat zool gaarne zou willen medewerken om aan de vruchtbare I gedachte van den heer Burgers een vorm van uitvoering te geven. Hij schrijft dan:

„Er rijpt een grootsch plan in Nederland 1

Met één daad zal getoond worden, dat er in ons volk ook nog wat anders leeft dan winzucht en handelsgeest! •

Een klein gedeelte der reusachtige oorlogswinsten, die overblijven na het betalen der belasting en dat aldus toch nog in getallen van zes cijfers genoemd ] wordt, zai vrijwillig aangeboden worden aan het Nederlandsche Volk in den vorm van een reusachtig ! „Nationaal Park".

Juist nu gebleken is, dat de zucht naar oorlogswinst zelfs het Nederlandsche bosch bedreigde met onder* gang en dat dit toomloos begeeren slechts gebreideldfl kon worden met een Boschwet, getuigt het van een zéér schoon en fijn gevoel, om dat reusachtige ge-

Sluiten