Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kan maken er ontvankelijke leeraren en leeraressen zullen worden gevonden, die geënthousiasmeerd door de artisten hun denkbeelden kunnen verbreiden en zoo de jeugd reeds schoonheidsgevoel kunnen bijbrengen, liefde kunnen wekken voor de natuur en haar wonderen, eerbied kunnen vestigen voor de kunstschoonheid in menschelijke gewrochten. Dit toch moet worden beschouwd als de hooge werkkring van dit nog jonge lichaam, dat bestemd schijnt te worden: „deconcentratie van den artistieken geest in'ons land, het orgaan bij uitnemendheid van de Nederlandsche Kunstenaars".

Dat de behoefte aan een dergelijke concentratie zich in breeden kring deed gevoelen, het bewijs werd geleverd door de inkomsten van dat congres, welke tien maal die van het vorige overtroffen, terwijl als verblijdend bewijs van instemming kon vermeld worden, dat het gemeentebestuur van 's-Gravenhage bovenaan stond op de lijst der donateurs, daarmede aangevende dat kunst, het moge dan voorhands nog geen regeeringszaak zijn, toch in de Hofstad niet meer van officieele zijde beschouwd wordt als een overbodige weelde in de stedelijke samenleving.

Teekenend voor de uiting van den geest, welke op het congres heerschte omtrent kunst in opvoeding en samenleving was wel, dat de heer Herman Robbers de volgende definitie kon geven, zonder dat een der vier honderd aanwezigen daartegen ook maar met een enkel woord opponeerde:

„Alle kunst toch, die haar oorsprong en haar uitstortingsbodem, haar inspiratie zoowel als haar einddoel niet in de levende menschheid heeft, is tot ondergang bestemd en kan nooit tot grootheid komen. In de innige samenleving daarentegen van kunst met menschheid wacht hen beiden eenzelfde lot, eenzelfde lijden, maar ook eenzelfde onsterfelijkheid."

Uit alles wat er op dat congres werd verhandeld, sprak duidelijk evenals uit de Heemschutconferenties (waarvan de eerste geheel gewijd was aan het bouwkundige element bij de bescherming der schoonheid van Nederland en de tweede ook de natuurbe-

Sluiten