Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

burgerlijke stadshuizenarchitectuur al maar meer verloren gaat, is het goed zich Ruskins woorden te herinneren: „Want in waarheid, de grootste heerlijkheid van een gebouw ligt niet in zijn steenen, noch in zijn goud, zijn heerlijkheid ligt in dien dieperen rythmus, in dien geest van strenge waakzaamheid van- geheimzinnig meevoelen, ja zelfs van goed- of afkeuring, die wij vinden in muren, welke langen tijd door de wisselende golven van het menschdom werden bespoeld."

Dat is het, wat tot ons spreekt in gevelsteenen en uithangborden, wat de poëzie van een stadswandeling opvoert tot een hoogte, welke tevergeefs bereikt werd in de volgens logische gedachten breeduitgevoerde barocksteden der 18de eeuw en wel allerminst te vinden is in de nuchtere buitenwijken onzer tegenwoordige metropolen.

En toch is er in de, laatste jaren, vooral te Amsterdam een kentering waar te nemen, stelt men zich niet tevreden „het overschot der uitgheroide stadt" te bergen in of bij het „fragmentengebouw" achter het Rijksmuseum, maar werkt men ook van overheidswege mede om te beletten, dat veel schoons uit het intieme leven der voorgeslachten geheel verloren gaat, tracht men althans in boeken en op doeken en fotographische platen de herinnering vast te houden aan wat moest verdwijnen door afbraak, brand, verwoesting of onherkenbare verbouwing. De „Commissie voor het stadsschoon van Amsterdam", die haar zetel in het Stedelijk Museum heeft en een subsidie der gemeente ontvangt, Heeft in de drie jaar van haar bestaan reeds veel goeds verricht. Zij mocht als jongste resultaat van haar activiteit de toezegging krijgen, dat B. en W. verschillende oude, uit geschied- of bouwkundig oogpunt merkwaardige gebouwen door eventueelen aankoop voor takken van gemeentedienst zal reserveeren. Door overreding en minnelijk overleg werd ook bij particulieren reeds menig gewenscht resultaat bereikt. Zoo is het moderne grootbedrijf van de firma G. H. Bührman

Sluiten