Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de woonhuizen besproken, en afgebeeld worden van de talrijke beroemde Amsterdamsche burgers? In Parijs dringt men aan op de voortzetting van een uitgave, die van het jaar 1838 dateert. Toen verscheen met houtsneeplaten opgeluisterd, een boekdeel ons toonende: „Les habitations des personnages les plus célèbres de France depuis 1790 jusqu'a nos jours."

Daarin ziet men de huizen en kamers, waarin woonden Horace Vernet, Paul Delaroche, Mme Tallien, Talma, de Lamartine, Vfctor Hugo, Boieldieu en Francois Arago.

— Wie woonde hier? — O, dit is Rue d'Enfer 84 hier woonde de Chateaubriand. En dit huis No. 1 Rue Cassini? Het is het huis van Balzac en verder in de rue Saint Lazare 44 ontving Madame Dorval van la Comédie Francaise haar grooten cirkel vrienden en bewonderaars. * Mij dunkt dat de verwezenlijking van dit denkbeeld een aantrekkelijke opgave is voor verschillende plaatselijke commissies, die het verleden van een stad willen laten voortleven in het heden en de toekomst. En de algemeene bekendheid van dergelijke woningen waarborgt in vele gevallen hun ongeschonden voortbestaan'of brengt bij verbouwing allicht een fraaien gevelsteen in de nieuwe facade

Dat echter de beteekenis van huisspreuken en gevelsteenen door de moderne architecten ook in onze dagen niet terzijde wordt geschoven, moge blijken uit het feit, dat te Amsterdam tal van huizen mm eigen gevelsteenen ontvangen hebben (het groote Peek-enCloppenburgmagazijn op den Dam bezit er zelfs een heele reeks). Men ziet het," dat ook thans, nu de kunstzin weer levendiger wordt en de koel prozaïsche stemming van het laatste kwartaal der vorige eeuw meer en meer op de vlucht wordt gejaagd, de zin

') Na het afdrukken van dit werk werd de nu reeds zeer actieve vereeniging: Hendrick de Keyser te Amsterdam opgericht, die geheel dit aangegeven programma tot het hare heeft gemaakt.

Sluiten